Printversie

Dagboek Costa Rica

 

10 mei 2007 San Juan del Sur (Nicaragua) - Peñas Blancas (grens Costa Rica) - La Cruz 65.9 km (545 meters geklommen)

Vandaag eten we als ontbijt enkel een mueslikoekje dat we nog uit onze tassen opdiepen, we zijn gisteren vergeten ontbijt te kopen. We hopen nog iets te vinden bij het buitenrijden van het dorpje, maar we hebben pech, er is nog niet veel open zo vroeg. Vandaag nemen we de geasfalteerde weg terug naar de Panamerican Highway, weer pech, want hij is maar gedeeltelijk geasfalteerd, maar het valt nog mee. Het wordt weer boordje rijden op de ongeasfalteerde stukken. Eens op de Panamerican Highway is er een hevige zijwind die van over het meer van Nicaragua komt. Wanneer de weg een beetje naar links draait, wordt het beuken tegen de wind in. Het stikt hier van de kleine, gele vliegjes. Op sommige plaatsen is het zo erg dat door de hevige wind het wel lijkt of het regent. We rijden op deze stukken met ons gezicht naar beneden, starend naar ons voorwiel met een getik van inslaande vliegjes op onze pet en onze fietstassen. Iedere keer houden we onze adem in als we een seconde of twee opkijken om te zien hoe de weg verder verloopt. We zouden onze mond ook kunnen open houden, dan hebben we een proteinerijk ontbijt. Heel de tijd rijden we naast het Nicaragua-meer met zicht op de twee prachtige vulkanen van het Omotepe-eiland. Het is hier zo goed als onbewoond op enkele grote hacienda's na. Misschien zitten de vliegjes daar voor iets tussen. Na bijna 40 km komen we in een dorpje waar 2 restaurantjes zijn met een terrasje. Eindelijk ontbijt! We nemen beiden een broodje met ei en koffie. Daarna laten we ons nog een limoensapje maken, lekker verfrissend. De vrouw verkoopt ook fruit en we vragen of ze een ananas kan kuisen voor ons. Dat is pas nog eens een lekker ontbijt. En dit alles kost slechts 2 euro, prijzen die we waarschijnlijk kunnen vergeten eens we in Costa Rica zijn. De grensovergang verloopt vlot, maar toch een beetje chaotisch. We wisselen nog onze laatste Nicaraguaanse cordoba's in Costa Ricaanse colones, we hadden gisteren nog rap de wisselkoers nagekeken op het internet. Het vergt wel wat onderhandeling, maar we krijgen toch de gewenste koers. De grensovergang van Costa Rica is binnen in een gebouw, waar we niet binnen mogen met onze fietsen. Marc blijft buiten staan met de fietsen, terwijl Christine met de paspoorten naar binnen gaat. Ze komt terug buiten en alles is in orde, we hebben de stempels gekregen en niemand die gevraagd heeft waar Marc is. We fietsen Costa Rica binnen en zien een enorme rij wachtende vrachtwagens. Bij de eerste pulperia stoppen we om een fles water te kopen. De vrouw vraagt  900 colones voor een fles water, dat is bijna 1,5 euro. Wanneer we willen vertrekken zonder iets te kopen, zegt de vrouw dat water zo duur is in Costa Rica. We kopen niets en rijden verder. Bij het volgende winkeltje vragen we het opnieuw en de prijs is hetzelfde. We hadden wel verwacht dat Costa Rica duurder zou zijn, maar zo duur nu ook weer niet. Zonder water kan je niet fietsen, dus betalen we maar. Costa Rica lijkt op het eerste gezicht nog groener dan de vorige landen. De weg is goed, maar geen pechstrook, waardoor de vrachtwagens soms wel héél dicht voorbijrazen. Het is wel grappig om terug vuilniszakken te zien staan voor de huizen, dat was al sinds Belgie geleden. In de landen voordien gooiden ze het meestal in de dorpen op een hoopje voor hun huis en staken het in brand. De berm van de weg is ook opmerkelijk properder en de huizen langs de weg zijn beter verzorgd. De levensstandaard in Costa Rica is duidelijk veel hoger dan in Nicaragua. De weg naar La Cruz is een mooie door een groen landschap kronkelende weg met soms zicht op de vulkaan Orosi. La Cruz Is een aangenaam klein stadje met enkele supermarkten en verschillende kleine winkels. Het is voor ons een beetje de grot van Ali Baba, er is hier terug keus. We vinden een leuk hotelletje, met een prachtig uitzicht. Het was ons niet opgevallen toen we het stadje binnenreden, maar het stadje ligt eigenlijk op een hoge heuvel met zicht over een vallei die tot aan de Salinasbaai reikt. We zijn al op veel plaatsen geweest, maar dit is pas een hotel with a view, onbeschrijfelijk mooi. Het kost wel 20 dollar, maar Christine kan het voor elkaar krijgen dat we de keuken kunnen gebruiken. De kamers zijn kraaknet en er is een zwembad. Het is een kunstig hotelletje, vol met schilderijen van de man van de onlangs overleden eigenares. Wanneer je in de late namiddag over de balustrade van het op een klif gebouwde terras kijkt, zie je beneden in de bomen apen gekke toeren uithalen. En prachtige vogels komen voorbij gevlogen. Een echt natuurpark voor je voeten. 's Avonds gaan we langs bij de panaderia (=bakkerij) en vragen om hoe laat de winkel 's morgens opent. Om 5 uur, zeggen ze. Dat zijn pas nog eens uren voor de vroege fietser.

 

11 mei 2007 La Cruz

We hebben gisterenavond beslist om hier nog een dagje te blijven. We zijn van het principe dat je beter een dag langer blijft waar het goed is, want wat er morgen komt, dat weet je niet. We staan pas op om 8u, we ontbijten op het terras van het hotel en kijken naar het fantastische landschap. In de supermarkt zien we dat de prijs van water toch nog meevalt, het is de helft van wat we gisteren betaald hebben. We horen van de vrouw van het hotel dat in 90% van de steden het kraantjeswater drinkbaar is. "Comedor" (lokaal restaurant) heet vanaf nu "soda", en de prijzen vallen mee, 2,5 euro voor een dagschotel met drankje. Wanneer we een leegstaand gebouw zien staan met een prachtig zicht op de baai, beginnen we al dadelijk te fantaseren. In de late namiddag gaan we nog wat kijken naar de dieren vanop het terras van ons hotel.

 

12 mei 2007 La Cruz - Rincon de la Vieja 78.8 km (817 meters geklommen)

Vandaag zijn we van plan om tot in Liberia te fietsen, zo'n 60 km zuidwaarts. De weg loopt door een glooiend groen landschap met zicht op vulkanen. Deze streek is één van de minder bevolkte delen van het land, dus veel dorpen komen we niet tegen. Eigenlijk is een groot deel van de streek hier natuurpark. De weg is redelijk rustig op enkele vrachtwagens en bussen na, maar door het nog steeds ontbreken van een pechstrook komen ze ons wel heel dicht voorbijgestoken. Marc moet zelfs eens de berm inrijden om een voorbijstekende vrachtwagen te ontwijken. Wanneer we, na 55 km, bijna in Liberia aankomen, zien we een wegwijzer voor de afslag naar Rincon de la Vieja, een groot natuurpark waar ook een vulkaan in ligt. We waren van plan om tot Liberia te fietsen en van daaruit het park te bezoeken, maar nu twijfelen we om het misschien ineens te doen, vooral ook omdat er geen openbaar vervoer naartoe is volgens onze reisgids. Volgens de wegwijzer is het maar 20 km, maar de weg is onverhard. We informeren ons bij enkele lokale mensen over de conditie van de weg. Want 20 km lijkt niet veel, maar als het steil klimmen is, kan dit enkele uren in beslag nemen. Maar volgens iedereen is het een goed berijdbare en zelfs bijna vlakke weg. We besluiten het er op te wagen. We kopen proviand om te kamperen, en rijden de onverharde weg in. De weg is de eerste kilometer redelijk berijdbaar, maar het duurt niet lang of de weg ligt vol stenen en we krijgen ook al de eerste niet misse klimmetjes te verwerken. We twijfelen even om door te gaan, want het is 20 km uit onze richting, maar we besluiten om toch maar door te zetten. Vanwege ons getreuzel aan het winkeltje waar we onze proviand kochten, is het ondertussen al middag en dus stikkend warm. En bovendien moeten we na een paar kilometer ook nog de tijd nemen om te piknikken, want we merken al vlug dat het wel wat te lang zal duren om te wachten met middageten tot we er zullen zijn. De weg verslechtert nog en blijft steeds maar stijgen. En het is echt snikheet. Boordje rijden zit er zelfs niet in, de weg is gewoon overal even slecht en vol met stenen. Je ziet hier dan ook geen enkele lokale fietser. Tot onze verbazing komt er plots toch een bus van het openbaar vervoer voorbij gereden. We hadden in onze reisgids gelezen dat er onderweg ergens een soort tol betaald moest worden, omdat de weg naar het natuurpark over het privaat domein van een duur hotel loopt. Voorbij dit hotel zou dan nog een lodge zijn waar je ook kunt kamperen. Wanneer we er aankomen, is de weg dan ook letterlijk met een poort afgesloten en iedereen die er voorbij wil, moet 2 dollar betalen. De bewaker houdt ons tegen en zegt dat we moeten betalen. Maar Christine antwoordt dat we in het dure hotel gaan slapen, waarop de man vraagt of we een reservatie hebben. Nee, zegt Christine, we gaan er naartoe zonder reservatie. We mogen doorgaan zonder te betalen. Ondertussen is er zich een onweder aan het opbouwen achter ons in het dal. Na het dure hotel is het blijkbaar nog 'ns vijf kilometer tot de lodge, terwijl we dachten dat de lodge er vlakbij was. Vijf kilometer lijkt weinig, maar we denken dat tot nu ons gemiddelde per uur op deze slechte weg niet veel hoger ligt. En Christine is nu al doodop van al dat geklim en al dat gedaver, eigenlijk zijn we allebei stikkapot, hebben honger en dorst, en bovendien zit het onweer ons op de hielen, en met regen wordt deze weg vast en zeker een nog ergere hel. Wanneer we nog 2 km van de lodge verwijderd zijn, krijgt Christine op de koop toe een lekke voorband. Marc repareert hem zo vlug hij kan en dan zetten we onze weg verder. Het laatste stuk is bijna onberijdbaar met bagage. De lodge blijkt nog 1,5 km van de weg af te liggen, en ook al loopt de weg grotendeels bergaf en zelfs nog even door een rivier, toch is het een echte marteling door het ongelofelijk erbarmelijke wegdek dat hier nog voller ligt met grote stenen dan voordien. Moe gestreden en volledig uitgeput komen we aan in de lodge, waar Marc vaststelt dat ook zijn voorband lek is. We hebben, pauzes en piknik meegerekend, bijna 5 uur gedaan enkel en alleen over dit laatste stuk van 20 km. Het was een heel lange dag. We zetten de tent op en terwijl Christine gaat douchen, repareert Marc snel zijn voorband. Het onweer is ondertussen een andere richting uit gedreven en daar zijn we niet rouwig om. Je merkt dat je je hier op grotere hoogte bevindt, want de lucht voelt hier koeler aan dan in het dal. Even later komt de manager een praatje maken. Hij zegt dat hij nog maar zelden gasten met de fiets heeft gehad, en dat waren mountainbikers die hun bagage met de auto hadden laten brengen. "En ook niet wisten waar ze aan begonnen", denkt Christine erbij.  De lodge is eigenlijk een grote ranche met paarden, waarvan een deel voorzien is van cabanas die ze verhuren voor 60 dollar per nacht. Wij mogen er kamperen voor 10 dollar per nacht. Er is een mooi zwembad, restaurant en bar. Na het eten kruipen we dadelijk in onze tent.

 

13 mei 2007 Rincon de la Vieja terug naar Panamericana 21 km met pick-up + Panamericana - Liberia 6 km

We staan vroeg op, ontbijten voor onze tent en wandelen dan de 3 km naar de ingang van het natuurpark. Er zijn hier allerhande natuurfenomenen te zien die verband houden met de vulkaan. We volgen het paadje dat door de jungle klimt en daalt. Zo zien we eerst stoom uit de grond komen, en even verder zien we kokend water, maar het hoogtepunt zijn de kokende modderputten. Spectaculair om te zien, het maakt een kolkend geluid en de modder vliegt soms wel twee meter de lucht in. We zien niemand in het park, behalve bij de modderputten die via een gemakkelijk en vlak paadje niet te ver van de uitgang te bereiken zijn. Daarna wandelen we door de volle zon de 3 km terug naar de lodge. Als we daar aankomen, zegt de manager dat hij over een klein uurtje naar Liberia moet voor een vergadering en dat hij ons maar al te graag een lift aanbiedt. Marc twijfelt, maar Christine ziet het best zitten om deze rotweg geen tweede keer te moeten fietsen. We breken de tent af en pakken in sneltreinvaart alles in. We laden de fietsen achter in de pick-uptruck. Zelfs in een auto die nochtans vering heeft en veel bredere banden dan wij op de fiets, voelt de weg nog erg oncomfortabel aan en de manager doet er 35 minuten over om de 20 km naar de Panamericana af te leggen. Daar stappen wij uit, hangen de bagage aan de fietsen en fietsen nog de 5 resterende kilometers naar Liberia. Bij het binnenrijden, stoppen we nog even aan het benzinestation om lucht bij te pompen in onze banden. Er staat een man te tanken met een pick-up vol Trek-mountainbikes. Hij komt naar ons toe en informeert naar onze reis en vindt het fantastisch. Hij stelt zich voor als de invoerder van Trek-fietsen in Costa Rica en heeft naar eigen zeggen een heel grote winkel in San José, de hoofdstad. Hij vraagt tot driemaal toe of we niet naar San José komen en vindt het blijkbaar heel spijtig dat we zijn stad niet aandoen. Hij was vandaag een tochtje gaan rijden met de grote baas van Trek USA, met wie hij het week-end had doorgebracht ergens aan de kust hier dichtbij. We krijgen ieder een drinkbus van het merk. Hij geeft ons zijn kaartje en zegt dat we hem altijd mogen contacteren als we problemen zouden hebben met de fiets. We zeggen dat we op zoek zijn naar een metalen bocht voor de rem, met die van de voorrem van Christine is er een probleem. Hij denkt er eerst nog één in z'n wagen te vinden, maar geeft ons dan een adres in Liberia. "Zeg maar dat ik jullie gestuurd heb", zegt hij. We nemen afscheid en rijden Liberia binnen. De straten zijn verlaten en bijna alles is gesloten omdat het zondag is, ook de fietsenwinkel. Als we in de hospedaje inchecken, vraagt de vriendelijke jongen van de receptie naar onze tocht. Hij weet ons te vertellen dat fietsen op de Panamericana verboden is. Hij is heel verwonderd dat we door Honduras, El Salvador en Nicaragua zijn gereden en vraagt of dat dan niet gevaarlijk is. We zeggen dat we geen problemen hebben gehad. En dan vraagt hij: "Hebben jullie al 'ns van de 'maras' gehoord?"... Het weer is heet, maar in de late namiddag duiken er donkere wolken op. We worden getrakteerd op een onweer van jewelste. Je ziet een bliksem en nog geen 2 tellen later hoor je al een enorme knal. Na een tijdje wachten, besluiten we om onze kamer te verlaten om naar het internetcafé te gaan. Marc trekt de deur open, stapt naar buiten en ineens een enorme flits en knal op hetzelfde moment. Marc springt terug de kamer binnen, we zijn allebei even stil en bekijken elkaar, en Marc zegt, "Dat was dichtbij, misschien beter nog even wachten". Wanneer we 's avonds iets gaan eten, zit iedereen naar het voetbal te kijken. Nadien rijden er allemaal  claxonerende wagens voorbij en iedereen is opgetogen, blijkbaar hebben de goeien gewonnen.

 

14 mei 2007 Liberia - Playa del Coco 35.8 km + 2.5 km in Liberia + 3 km in Playa del Coco

Vandaag vertrekken we iets later, omdat we nog enkele zaken willen gaan kopen en de winkels zijn maar pas open rond 8 à 9 uur. We zijn vandaag toch maar van plan om tot Playa del Coco te fietsen, dat ongeveer 35 km van hier ligt. Wanneer we de fietszakken aan het laden zijn, zien we dat Marc zijn achterband plat is, dus kunnen we deze eerst nog eens plakken. We gaan lenzenwater kopen en gaan daarna naar de fietsenwinkel voor dat bochtje van Christine haar voorrem. We hebben geluk, ze verkopen het stukje apart, in de vorige landen moest je een komplete rem kopen om dat stukje te bekomen. Marc herstelt de rem ter plaatse terwijl we een praatje maken met de vriendelijke eigenaar van de winkel. Ineens zien we een lange westerling de winkel binnenstappen met een Avaghon-fiets (= een Nederlands merk van trekkingfietsen). Aan de fiets merken we dus dadelijk dat het ook een fietsreiziger is. Het blijkt een Duitser te zijn die van Canada tot hier is gefietst. Hij vertelt ons dat hij een paar weken geleden overvallen is geweest in Nicaragua, op de Panamericana, 15 km voor de grens met Costa Rica. Twee jonge mannen per fiets kwamen langs hem fietsen en duwden hem de schuine kant in waardoor hij zijn sleutelbeen brak. Dan heeft één van de mannen een revolver tegen zijn hoofd gehouden, terwijl de andere al zijn spullen doorzocht. Ze namen hun tijd, want doordat ze hem de schuine kant hadden afgeduwd, zag het voorbijkomende verkeer hen niet.  Hij is naar de politie gegaan, maar dat was 3 uur tijdverlies volgens hem, want de politie was niet echt behulpzaam. Nu is hij op zoek naar een langere stuurpen, want hij heeft vanmorgen zijn eerste testrit gedaan, maar had nog te veel pijn in de schouder. Hij had graag nog het laatste stuk naar San José gefietst om vandaaruit de vlieger naar huis te nemen. Raar om dit alles te vernemen, als  je een paar dagen eerder over dezelfde weg bent gefietst. We praten nog een tijdje verder en merken plots dat het al 10 uur is geworden. Het wordt tijd dat we eens vertrekken. We zijn nog geen 10 km verder of we zien een fietsreiziger uit de tegenovergestelde richting aangefietst komen. Het is Tim, een Nederlander die een fietsreis van een paar weken door Costa Rica maakt. We praten even met hem en zetten onze tocht verder. In tegenstelling tot wat we gehoopt hadden, is het ook op deze weg nog steeds druk en er is niet veel plaats voor fietsers. Het is niet echt aangenaam fietsen. Er staan hier veel enorm grote borden met reclame voor het kopen van huizen en condominiums aan de kust, allemaal in het Engels, duidelijk gericht op een Amerikaans publiek. Na 20 km nemen we de afslag naar Playa del Coco en is het veel rustiger. De weg gaat nog een paar keer lichtjes op en neer en dan zijn we er. Playa del Coco is een vuil en stoffig kustdorpje en de hotels zijn er overprijsd. Er zijn ook heel wat hotels en restaurants waarvan de eigenaars Amerikanen zijn. Na wat rondgevraagd en rondgereden te hebben, vinden we toch een onderkomen, met een keuken nog wel. Het ziet er allemaal wat verwaarloosd uit, maar er ligt een tuinslang en er is voldoende plaats, dus maakt Marc van de gelegenheid gebruik om de fietsen 'ns een wasbeurt te geven, want ze hangen nog steeds vol stof van de slechte wegen in Honduras. We lopen wat rond in het dorpje en op het strand en vinden dat alles er maar troosteloos bijligt. We doen inkopen in een kleine supermarkt en gaan dan koken in onze keuken. Ondertussen komen er meer en meer auto's aan en worden er meer en meer TVs' heel luid aangezet. Blijkbaar zijn er verschillende families die hier permanent wonen.

 

15 mei 2007 Playa del Coco - Playa Tamarindo (via dirt road Sardinal - Libertad - San Blas - Castilla de Oro - Belen) 65.5 km + 2.3 km ter plaatse (489 meters geklommen)

We rijden dezelfde weg terug naar Sardinal, een dorpje waar we gisteren voorbijreden en bevragen ons over een andere weg, waardoor we niet volledig dezelfde weg terug moeten fietsen om aan de hoofdweg te geraken. Via een ongeasfalteerde weg zouden we rechtstreeks naar de weg kunnen waar we eigenlijk naartoe willen. De ongeasfalteerde weg is goed berijdbaar, op het boordje althans. We rijden voorbij verscheidene kleine dorpjes waar weinig activiteit te bespeuren valt. Tenzij je op je gat zitten of in een hangmat hangen een activiteit noemt. We worden de hele tijd vergezeld van het geluid van  brulapen in de achtergrond. In de bomen zien we de apen van tak tot tak zwieren of gewoon wat op een tak luieren of naar ons liggen staren. Christine vindt onderweg op de grond 3 briefjes van 5000 colones, dat is toch 30 dollar en Marc vindt een gat in z'n achterband en repareert het. Na 17 km ongeasfalteerd, rijden we terug op de asfalt. De weg gaat de hele tijd op en neer en op het einde krijgen we nog enkele steile klimmetjes te verwerken, en die vallen echt niet mee met deze hitte. Natuurlijk staan er dan juist geen bomen langs de weg om schaduw te voorzien. Onderweg staat het ook nu weer vol Engelstalige reclameborden voor grote verkavelingsprojecten. Er komen ook regelmatig vrachtwagens voor deze bouwprojecten voorbij. Het lijkt wel of de Amerikanen heel het schiereiland aan het volbouwen zijn. Even voor Tamarindo komen we een supermoderne, grote supermarkt tegen met een heel uitgebreid assortiment aan produkten die we nog niet veel in Costa Rica gezien hebben. We vragen ons af wat die hier doet, maar begrijpen even later dat deze bedoeld is voor de Amerikanen in al die condominiums. Wanneer we aan een splitsing komen, twijfelen we of we naar Playa Tamarindo zullen fietsen of naar Playa Brasilito. We vragen raad aan een plaatselijke schone in een winkeltje. Ze zegt dat het beiden mooie stranden zijn, maar voor het ene strand loopt de weg naar beneden, terwijl de weg naar het ander strand plat is en zelfs een beetje klimmen. Bizar natuurfenomeen vinden wij. We kiezen dan maar voor Tamarindo, waar de zee dus hoger zou liggen volgens de vrouw. Tamarindo is een echt lelijk, door het toerisme verpest dorpje. Playa de Coco was al niet veel beter. Buiten het strand dat mooi is, maar niet exceptioneel mooi, valt hier niet veel te beleven. Bovendien is het er erg duur, temeer daar er weer veel hotels en restaurants van Amerikaanse eigenaars blijken te zijn. Het dorp zou bekend staan voor zijn surfcultuur, maar het enige dat we te zien krijgen zijn "would be" surfers. Ze lopen rond in surfmerkkledij of lopen wat op en neer te paraderen met een surfplank onder de arm. Of dobberen wat rond op de kleine golfjes in de zee, waar weinigen van hen toch nog iets laten zien.  Het dorpje zelf is heel chaotisch volgebouwd met lelijke gebouwen en er is enorm veel verkeer, ook vrachtwagens die naar de vele bouwwerven gaan wringen zich door de smalle, stoffige straatjes. 's Avonds breekt er weer een hevig onweer los. Ja, het regenseizoen lijkt nu definitief gestart, d.w.z heet overdag en tegen de late namiddag of avond een uur of twee hevige regen.

 

16 mei 2007 Playa Tamarindo - Nicoya (via dirt road naar dorpje 27 de Abril) 57.8 km (281 meters geklommen)

Het regenseizoen kan dan wel gestart zijn, maar het blijkt hier ook lekke banden te regenen. We zijn nog geen 4 km ver of Christine zit al met een platte achterband. Eén km verder draaien we links af een onverharde weg op die ons naar het dorpje 27 de Abril moet leiden. De weg is voor ons goed berijdbaar, maar door de regen van gisteren staat de weg vol plassen. Dat heeft voor ons wel het voordeel dat er minder stof opwaait als er af en toe een auto passeert, maar wel het nadeel dat we niet zien waar we rijden. Ondertussen is het weer goed heet, maar gelukkig staan er in Costa Rica altijd grote bomen langs de kant van de weg die de hitte wat breken. Ook nu weer zien we talrijke apen en vogels in allerlei mooie kleuren. Nabij het dorpje 27 de Abril steken we een kleine brug over en bevinden ons terug op het asfalt die ons via het mooie landschap weer naar de hoofdweg leidt. Die brengt ons over een golvend parcours tot in het stadje Nicoya waarnaar het schiereiland genoemd is. In het pension waar we onze intrek nemen, vragen we aan de kuisvrouw een propere emmer om onze was te doen, maar die kan er ons geen vinden. Ze stelt voor de was stilletjes in de wasmachine te steken, maar we moeten beloven dat we het aan niemand zeggen, want het mag niet van de eigenaar. Het hotelletje zit vol lokale mensen die er permanent in een klein kamertje wonen. Zelfs de bakker van een straat verder blijkt hier te wonen.

 

17 mei 2007 Nicoya - Playa Samara 36.3 km + 2.8 km ter plaatse (487 meters geklommen)

We zijn van plan toch nog 'ns een derde keer naar een strand te gaan, onder het motto "derde keer, goede keer", want Playa Samara, 35 km verder, zou één van de mooiste stranden van het schiereiland zijn. We twijfelen of we met de fietsen met al de bagage erop zullen gaan en ginder blijven slapen, of gewoon een daguitstap met de bus zullen doen. We hebben gisteren aan een paar mensen gevraagd hoe de weg is, en ze zeiden allemaal dat het compleet vlak is, hoewel het volgens de kaart door de bergen is. We moeten inderdaad een paar keer op en neer in 't begin, maar nadien gaan we pas echt de bergen in, en komen er verschillende echt steile klimmetjes, terwijl het al heel heet is. Dit is een weg dwars door de bergen. Hoe kan iemand dit vlak noemen? Per geluk is er weinig verkeer en maakt het mooie landschap veel goed. Het is een aangename rit. Samara is een klein rustig dorpje, dat leeft van het toerisme. We spenderen wel meer dan een uur om al de betaalbare (en dus niet van Amerikaanse eigenaars) hotelletjes af te gaan. We waren al gaan kijken naar de camping, maar die lag er nogal verwaarloosd bij. Bovendien liggen er 2 dronkaards hun roes uit te slapen tegen het lage hek van de camping. We hadden gedacht een beetje meer te kunnen kamperen in Costa Rica, maar met het regenseizoen is dat misschien niet zo'n best idee. Als hier zo een plaatselijke stortbui valt, sta je soms al gauw tot de enkels of dieper in het water. 's Avonds besluiten we spaghetti klaar te maken op het strand na het onweer dat juist is overgetrokken. Marc sluit ons Dragonfly-vuurtje aan aan de brandstoffles en na een minuut of 2 staat héél de boel in de fik, zelfs het zand naast het vuurtje. Terwijl Marc het zo vlug mogelijk probeert te blussen met zand, komt er een dwaze Amerkaan naast hem staan. "What are you cooking?", vraagt hij. Het probleem blijkt een O-ring te zijn van het hoofdkraantje die plots is beginnen te lekken. Marc demonteert en kuist alles wat af en het blijkt terug te werken. Toch wel gevaarlijk, zo'n vuurtje dat plots begint te lekken. Vrienden van ons hadden ook al een probleem met ditzelfde, nochtans dure en gerenommeerde kookvuurtje, en ook op internet hoor je erover. We eten onze spaghetti op het strand op met in de horizon een lichtspel van bliksems die de oceaan doen opklaren.

 

18 mei 2007 Playa Samara - Nicoya 37.4 km (599 meters geklommen)

We ontbijten in de bakkerij. Het is al goed warm, vanaf 's morgens vroeg. We moeten al dadelijk steil beginnen klimmen. Na 5 km heeft Marc een lekke achterband in een steile klim. Even verder is er een benzinestation, en Marc draagt de bepakte fiets de berg op. De pompbedienden staan allemaal te kijken, maar niemand komt helpen. Erg behulpzaam zijn de Costaricanen inderdaad niet. De weg terug valt beter mee omdat de klimmetjes minder steil zijn dan in het heengaan. Toch moeten we nu meer klimmen, want we waren afgedaald naar zeeniveau. In Nicoya nemen we terug dezelfde kamer, bij ons vriendelijk madammeke. We gaan op zoek naar een fietsenwinkel voor rustinnekes en kijken eens of ze binnenbanden verkopen met autoventiel, maar dat blijkt niet zo te zijn, dus kopen we enkel rustinnekes. We kopen ook een paraplu, want dat is wel handig als het zo volle bak begint te regenen, en je wil nog ergens naartoe of om onderweg in de regen een band te plakken.  's Avonds eten we Frans brood met hesp, tomaat en mayonaise in het gezelschap van de andere bewoners van het hotelletje, terwijl we allemaal samen naar het nieuws kijken. Het gaat ook over het weer en blijkbaar is zoveel regen zo vroeg op het jaar niet normaal.

 

19 mei 2007 Nicoya - Playa Naranjo (km 73) - ferry naar Puntarenas 74.8 km + 5.6 km ter plaatse (267 meters geklommen)

Als we 's morgens vlug naar Musmanni (een bakkerij die je in de meeste grotere plaatsen vindt) gaan, begint het te regenen. En natuurlijk hebben we onze pasgekochte paraplu niet bij. We twijfelen om te vertrekken met deze regen. Christine ziet een rustdag wel zitten, maar Marc is van mening dat het een goede fietsdag is omdat het erg bewolkt en dus veel minder heet is. We wachten tot het minder regent en vertrekken dan uiteindelijk toch rond 7 uur. De hoofdweg van het schiereiland gaat ook hier steeds op en neer, maar per geluk is er weinig verkeer omdat het zaterdag is. Marc hoort een raar geluid aan zijn  fiets, maar kan niet duidelijk uitmaken vanwaar het precies komt. Na 30 km, aan de stad Carmona, is er een afslag en van hier af is er zo goed als geen verkeer meer. Bij de afslag stonden de uren van de ferry, om 12.30 of om 17.30u. We willen die van 12.30u halen zodat Marc eventueel nog naar een grotere fietsenwinkel kan, want het dorpje aan deze kant van de ferry is heel klein. Maar even later heeft Marc een lekke band vooraan. Hij checkt ineens alle spaken, maar die zijn OK. Het geluid schijnt van zijn vooras te komen. We zetten er spoed achter, kopen vlug wat koekjes en frisdrank in het dorpje Jicaral en rijden dan weer volle speed verder. We krijgen ook nog zo'n 12 km ongeasfalteerde, maar goed berijdbare weg te verwerken. Juist wanneer we denken dat we op tijd zullen zijn voor de ferry, zien we dat Christine haar achterband aan het leeglopen is. Omdat hij maar langzaam schijnt leeg te lopen, besluiten we niet te repareren, maar bij te pompen. Want als we deze band nu nog gaan repareren, missen we de ferry. Marc pompt de band op en we rijden zo snel mogelijk verder. Vijf kilometer verder pompt Marc de band nog 'ns op. Juist voor Playa Naranjo krijgen we nog een paar klimmetjes te verwerken. We blijken nog goed op tijd te zijn, want de ferry vertrekt maar pas over een half uur. De overzet duurt een uur. Het is een grote ferry waar wagens en vrachtwagens op kunnen. Er is een restaurant en bar aan boord en zelfs een discotheek. De discotheek is eigenlijk niet meer dan vier grote luidsprekers die op het bovendek staan. Tijdens de boottocht heb je zicht op het bergachtige schiereiland Nicoya en de eilandjes die er rond liggen. We blijven beiden bij de fietsen staan terwijl er een groot lawijt zijn 4x4 zit te showen op het dek. Wanneer hij uit de wagen stapt, bolt z'n wagen achteruit, hij kan er nog net op tijd inspringen om de handrem aan te trekken. Als hij dit niet had gedaan lag hij zeker in zee, want het enige dat er nog in de weg stond was een net om de passagiers tegen te houden. Voor we van de ferry rijden, pompt Marc nog 'ns vlug de langzaam platgaande achterband van Christine op. In de haven ligt een enorm groot cruiseschip aan een aparte stijger die er speciaal voor voorzien is. Het stadje Puntarenas is druk en vuil. We vragen ons eigenlijk af wat die cruiseschepen hier komen doen. Alle goedkope hotelletjes zijn vuil en kosten in verhouding teveel voor wat ze waard zijn. Marc heeft bovendien ook plaats nodig om aan de fiets te werken. Uiteindelijk vinden we een beter hotelletje, dat mits afbieden slechts een klein beetje meer kost dan de goedkope, vuile hotelletjes, maar het is tenminste bij een vriendelijk gezin, proper en er is veel plaats om aan de fiets te werken. We hebben wel weer meer dan een uur gezocht naar een hotel, en ondertussen is het al 3 uur door. Marc begint dadelijk, zonder douchen of iets, zijn voorwiel na te kijken. Het is inderdaad zijn vooras. De konen en de kogeltjes van het roulement dienen vervangen te worden. Nochtans heeft Marc nog de wielen laten nakijken door een fietsenmaker voor vertrek omdat hij zelf geen tijd had. We zijn echt teleurgesteld in deze fietsenmaker. We stappen een redelijk grote fietsenwinkel binnen en zien Shimano-onderdelen van LX, XT en zelfs XTR liggen. Dat  stemt ons hoopvol. Toch schijnen ze geen enkel reparatiestuk te hebben. Ze verkopen enkel de hele as. Ze zeggen dat als we enkel de konen willen, we naar San José, de hoofdstad en 150 km verder, moeten. Maar morgen is het zondag. En we hebben geen zin om hier nog een dag vast te zitten. De stukken bestellen kunnen ze ook niet, zeggen ze. We moeten zelf naar San José gaan. We vragen uiteindelijk nog 'ns of niemand anders het dan verkoopt, en dan zeggen ze dat fietsenwinkel Maike, in het stadje El Roble, 10 km verder, het waarschijnlijk wel zal hebben. Ze telefoneren vlug naar daar, en inderdaad hij heeft er, en is zelfs open tot 7 uur, want ondertussen is het al 4 uur door. Wij gaan vlug terug naar het hotel, waar Marc vlug een lange broek over zijn fietsbroek aantrekt en weg zijn we, met de bus, die trouwens zeer goedkoop blijkt te zijn, 25 eurocent voor 10 km. In El Roble vinden we vlug winkel Maike. We zijn even bang wanneer hij aan zijn collega het zakje met de Shimano-onderdelen vraagt. Na wat zoeken vinden ze het, een zakje van 20 op 20 cm. En daar zouden al de onderdelen van Shimano moeten insteken? Maar inderdaad, hij heeft Shimano-konen. We slaken een zucht van verlichting. Het zijn wel niet exact dezelfde, ze zijn iets minder breed en hebben geen extra beschermkapje, maar het is dat of niets. Kogels heeft hij niet, dus zal Marc spijtig genoeg de oude moeten gebruiken. We kopen nog vlug wat vet, en hop, terug de bus op. Nu hebben we ook de eerste 10 km van ons volgende rit gezien, een smalle weg met zeer druk verkeer, en lelijk volgebouwd. Als we terug in Puntarenas aankomen, is het zo goed als donker. Marc begint dadelijk de nieuwe konen te steken, met de oude kogels en nieuw vet. Het lukt, maar we zullen de kogellagers misschien toch nog maar eens vervangen met kogels en al, eens we in een grote stad zijn. Daarna herstelt hij nog vlug de achterband van Christine. En dan kan Marc eindelijk douchen. Het is al half acht als we eindelijk de straat op gaan, op zoek naar eten. We zijn uitgehongerd, want we hebben sinds deze morgen vroeg niet meer gegeten, want eerst was het spurten om de ferry te halen, en dan spurten voor de wisselstukken.

 

20 mei 2007 Puntarenas -  Jaco (km 72 + 5 km ter plaatse) - Playa Hermosa 85.7 km (923 meters geklommen)

We rijden over een smalle landtong en zien de zee aan beide kanten, maar het is lelijk volgebouwd. Per geluk is er nu weinig verkeer op deze smalle weg, omdat het nog vroeg is en bovendien zondag. Na een tijdje gaan we landinwaarts en slaan we af naar Caldera, een havenstadje dat in volle expansie is. In de zee liggen dan ook grote vrachtschepen te wachten om gelost te worden. Vroeger was Puntarenas de haven, maar deze heeft nu afgedaan. Op de weg er naartoe is er zelfs een heus fietspad voorzien. Net voor Caldera komen we Maike met een paar mountainbike-vrienden tegen. We zeggen dat het gelukt is met de konen en de oude lagers en hij is blij voor ons. Caldera heeft ook een paar stranden waar de lokale bevolking van zijn zondagsrust komt genieten. Na Caldera gaat de weg landinwaarts en klimt langzaam tot aan de afslag voor de "Costanera", de weg langs de kust. We twijfelen toch nog even op de splitsing om de bergen in te fietsen naar San José en van daaruit dan de vulkaan Arenal te gaan bezoeken, maar als we naar de bergen kijken, zien we één en al wolk. En we hebben op het weerbericht gezien dat het er de komende dagen niet op zal verbeteren. Bovendien is de drukke Panamericana naar San José niet bepaald de aangenaamste fietsweg in Costa Rica. De kustweg gaat op en neer en het landschap is groener dan groen. Opeens duikt de weg naar beneden en krijgen we een lange afdaling. Het was ons niet opgevallen dat we zoveel gestegen waren. En zo komen we aan de brug over de Tarcoles-rivier. Van op deze brug kan je grote krokodillen zien liggen aan de rand van de rivier. Vele toeristenbusjes stoppen hier dan ook, wat het gevaarlijk maakt, omdat sommige toeristen als kippen zonder kop de straat oversteken terwijl het verkeer maar doorgaat. Misschien vliegt er wel af en toe één over de reling en is het daarom dat er hier zoveel krokodillen zitten. Vanaf de brug moeten we terug omhoog klimmen. De weg blijft op en neer gaan dicht langs de kust. We rijden door en krijgen voor Jaco nog een lange klim te verwerken. Ondertussen is het ook al 32 graden, maar nog steeds bewolkt. Jaco is een druk, door het toerisme opgeblazen stadje vol Amerikaanse toeristen. We kijken hier wat rond, maar alle hotels zijn duur en de camping is een echte modderpoel vanwege de overvloedige regen van de laatste dagen. We beslissen verder te rijden alhoewel het lichtjes is beginnen te regenen. Aan een supermarktje eten we vlug een cake en drinken een cola om wat krachten op te doen. De weg naar Playa Hermosa, dat gekend is bij de surfers, gaat wat op en af. Echt nat worden we niet of we merken het verschil niet tussen nat worden en zweten bij deze temperaturen. We zien hier verschillende grote Amerikaanse bouwprojecten. We hadden er ook al een paar gezien voor Jaco, maar hier is het nog veel erger. Sommige zijn al volledig af, aan andere zijn ze nog aan het bouwen. De appartementen of huisjes zijn hoog tegen de heuvel opgebouwd, op een omheind en bewaakt domein, met zicht op zee. De ingangspoorten met de toegangsweg tot het domein zijn stuk voor stuk heel grote en protserige monumenten, met altijd iets in de naam als "paradise", "oasis", "dream" of "heaven". Aan de toegangsweg van zo'n domein bevindt zich meestal ook het Amerikaans verkoopkantoortje met publiciteit van hoeveel condo's er nog te koop zijn en verkoopslogans zoals "Own a piece of paradise" of "You belong here". Playa Hermosa zelf omvat maar een handvol huizen en kleine hotelletjes langs de grote kustweg. Bijna alle hotelletjes worden weer uitgebaat door Amerikanen die er dan een lokaal iemand inzetten om het voor hen te runnen, maar verder niets investeren in onderhoud. Resultaat: weinig waar voor je geld. We vinden iets met een keuken waar we zelf kunnen koken. Maar we hebben pech, de enige winkel die er is, is gesloten op zondag. Christine gaat wat rondlopen om te kijken of ze de mensen van de winkel toch kan overhalen iets te verkopen. Een vriendelijke buurvrouw zegt dat de mensen van de winkel niet thuis zijn, maar vraagt aan Christine wat ze precies nodig heeft. Ze geeft Christine spaghetti, tomaten, een ui en wat look. Wanneer Christine vraagt hoeveel het kost, zegt de vrouw dat ze niet hoeft te betalen. Hier in Playa Hermosa zitten de echte surfers, het enige dat uit hun mond komt is surftaal. In de zee zit het dan ook vol met surfers en het strand zit vol bewonderaars en toeschouwers. Hier zie je ze echt bezig zoals in de boekjes en op TV, onder een draaiende golf door. Je zou er uren naar kunnen kijken. Golven komen langzaam aan en veranderen plots in een metershoge golf. De surfers liggen allemaal te loeren in het water tot hun golf komt. Soms lukt het en zie je ze over het water glijden tot ze worden opgeslokt door de golf, en soms lukt het niet en worden ze al dadelijk opgeslokt. 's Avonds koken we ons eten, terwijl de surfers rond ons de surftaal spreken.

 

21 mei 2007 Playa Hermosa -  Quepos 62.3 km

Om 6 uur wanneer we de laatste overschotjes uit onze tas aan het opeten zijn als ontbijt, zien we al een paar surfers naar het strand gaan om de golven te gaan checken. Sommige hebben de plank al onder de arm. Voor we vertrekken gaan we snel nog eens kijken naar de surfers vanop het strand. De weg loopt vandaag door een mooi junglelandschap en af en toe krijgen we een zicht op de zee. Plots komt er een fietser op een koersfiets naast ons gereden. Hij vertelt ons dat hij nu 60 jaar is (hij ziet er nog geen 50 uit) en vroeger gedurende vele jaren aan één stuk kampioen van Costa Rica is geweest, en hij woont nu in Jaco en gaat nog regematig trainen. Na wat met ons gepraat te hebben, rijdt hij verder. Een paar kilometer voor het stadje Parrita moeten we gaan schuilen voor een hevige stortbui. Wanneer deze voorbij is, rijden we tot in het centrum en eten snel een ontbijt bij bakkerij Musmanni. Wanneer we willen vertrekken, begint het weer te stortregenen. We schuilen snel bij een tankstation, maar na een half uur is het nog steeds aan het regenen. We lopen dan maar snel naar een restaurantje om een koffie te gaan drinken, en na 2 uur stopt het pas met stortregenen en kunnen we door de miezerige motregen verder fietsen. De laatste 25 km zijn één en al palmplantages. Het zijn niet de palmbomen met grote kokosnoten, deze palmen hebben grote trossen met allemaal kleine nootjes aan. Op sommige plaatsen zijn mensen bezig met deze trossen te oogsten. De trossen worden in grote ijzeren containers gegooid, die dan naar een fabriek verderop gebracht worden, waar de trossen worden geperst om palmolie te winnen. Vroeger was de streek hier gekend voor de bananenplantages, maar een virus heeft hen genoodzaakt over te schakelen op palmolie. Een kilometer of 2 voor Quepos moeten we over een smalle brug. Er staat een lange rij auto's te wachten aan iedere kant. Het tegemoetkomend verkeer staat stil in het midden van de zeer lange brug, omdat er een ijzeren dwarsbalk blijkt los te liggen. Enkele mannen met de fiets rijden er naartoe om te helpen de balk recht te leggen. Eigenlijk is de balk gewoon een stuk rail van een spoorweg dat gerecupereerd is om dat gat te dichten. Wij rijden met hen mee. De balk was ooit vastgemaakt, maar waarschijnlijk losgekomen met de trillingen. De balk wordt losgewrongen omdat hij langs één kant nog wat vast hangt, en wordt nadien er gewoon terug los opgelegd zodanig dat het gat van 30 cm wordt gehalveerd. Wanneer ze klaar zijn, nemen de mannen hun fiets op en wringen zich tussen de stilstaande auto's door. En wij volgen hen alhoewel het nipt is met onze bagage. Wanneer we bijna op het einde zijn, komt er ineens een bus de brug opgereden waardoor de weg versperd is. De mannen nemen hun fietsen op en stappen over een gapend gat van meer dan een meter breed boven de snelstromende rivier naar een zijpadje op de brug dat eigenlijk niet meer is dan een plank. Ze doen ons teken dat we onze fietsen moeten aangeven, maar door de kabels die er hangen en de wankelende plank waar zij opstaan blijkt dat niet zo eenvoudig. We zeggen dat de fietsen te zwaar zijn en besluiten wijselijk terug te keren, met het autoverkeer stapvoets achter ons aan. Als heel de rij gepasseerd is, beginnen wij aan onze tocht over de ijzeren brug. Er liggen veel stukken los, er ontbreken er ook heel wat en het is ontzettend glad met al die nattigheid. En er is ook geen reling, als je hier uischuift val je gewoon 4 meter dieper in de rivier. We geraken veilig aan de overkant, met een hele file auto's achter ons aan. Ongelooflijk dat ze hier met zware vrachtwagens en volle bussen oversteken. We vragen ons af hoeveel voertuigen er gaan overrijden voor de losliggende balk in de rivier belandt. Als we de laatste kilometers naar Quepos fietsen, zien we dat de lucht nu wel heel erg donker wordt. We vinden vlug een hotelletje en we hebben de deur van de kamer nog niet achter ons dicht, of de regen valt met bakken uit de lucht vergezeld van een grommelend onweer. Maar wij zitten lekker droog op onze kamer, met TV nog wel. Marc is in de wolken, want hij kan naar de Giro op de RAI kijken. Na de eindsprint, gaan we de stad verkennen en eten, en kruipen dan vroeg in bed.

 

22 mei 2007 Quepos

Vandaag gaan we naar het natuurpark Manuel Antonio dat hier ongeveer 15 km verder ligt. We gaan naar het busstation en nemen de bus. De weg loopt op en neer langs de kust. Bijna alles op deze weg hier is volgebouwd met hotelletjes en huizen voor veelal buitenlandse toeristen. Omdat het vloed is, moeten we nog een bootje nemen om een klein riviertje over te steken naar de ingang van het park. Het wemelt hier van de groepjes toeristen die met hun gids en bijbehorende megaverrekijker het park gaan verkennen. Maar zodra we één van de moeilijkere zijpaadjes inslaan, zijn we zo goed als alleen. Dit eerste paadje zit vol met kleurrijke krabben, en leidt naar een prachtig strand, waar we leguanen en slakkenhuiskrabjes zien. Deze krabjes dragen een slakkenhuis op hun rug en zodra je in hun buurt komt, rollen ze zich helemaal op in het slakkenhuis, scharen en al, en lijkt het een gewone slak. Daarna nemen we een ander paadje dat hoog naar een uitkijkpunt leidt. Hier zien we verschillende vogels en grote vlinders, en hebben we een machtig uitizicht op de baai met zijn verschillende stranden. We lopen verder door het park, over een derde paadje waar we verschillende rivieren over moeten om naar een waterval te gaan. We zien nog verschillende kapucijneraapjes. Al bij al vinden we dit park nog wel de moeite, vooral vanwege de mooie ligging aan de verschillende stranden. Maar qua dieren is het pover, want zeker als je met de fiets reist, zie je langs de rustige wegen de hele tijd allerhande dieren. Zo hebben we in dit park dan ook niets nieuws gezien, behalve de gekleurde en de slakkenhuiskrabben. 's Avonds als we zitten te eten, is er een vreselijke regenbui. In een mum van tijd is de hele straat overstroomd. Blijkbaar is de regen exceptioneel erg, want ook de lokale mensen komen allemaal op straat staan kijken. Wij proberen onder onze paraplu en langs de rand van het voetpad min of meer droog in ons hotel te geraken. Op sommige plaatsen staat het water meer dan 30 cm hoog. Soms zijn er hier in het voetpad kuilen van meer dan 50 cm diep, maar met al dat water zijn die ook niet meer zichtbaar.

 

23 mei 2007 Quepos

We blijven nog en dag in Quepos en doen allerhande klusjes. We gaan plakgerief kopen, maar binnenbanden van een fatsoenlijk merk kunnnen we niet vinden. Marc repareert zijn steeds langzaam platgaande voorband. We sturen ook ongeveer 1 kg aan materiaal naar huis dat we denken niet nodig te hebben. Christine laat haar haar wat korter knippen, wat veel frisser is met dit warme weer. De kapster maakt er korte metten mee. Het haar wordt niet gewassen. Er wordt gewoon vlug met een schaar doorgegaan en 15 minuten later staat Christine weer buiten met 15 cm minder haar. In het kapsalon blijft het haar van de hele dag gewoon op de vloer liggen, en het is een raar zicht het blonde haar tussen al het zwarte haar te zien liggen.

 

24 mei 2007 Quepos - Uvita 64.0 km (285 meters geklommen)

De 5 eerste kilometers zijn geasfalteerd, en dan laat de asfalt het weeral afweten. De eerste tientallen kilometers zijn opnieuw palmolieplantages met hier en daar een klein dorpje tussen. De dorpjes stellen niet veel voor en zijn allemaal volgens hetzelfde stramien gebouwd. Centraal ligt een voetbalplein met daarrond houten huisjes. Hier wonen de mensen die op de plantages werken. De eerste 20 km van de piste zijn per fiets redelijk te berijden. Het gemotoriseerd vervoer blijkt het moeilijker te hebben om al de met watergevulde gaten te vermijden. Het wegdek is nat en modderachtig, maar dat heeft als voordeel dat er geen stof is. Af en toe rijden er busjes met toeristen voorbij die ons bekijken als dieren in de zoo. De laatste 20 km van de piste liggen er veel slechter bij en ondertussen is het beginnen te motregenen. Halfweg wil Christine graag stoppen om wat te pauzeren en iets te eten en te drinken, maar Marc wil door want er zijn in de verte weer donkere wolken op komst. En het is waarschijnlijk geen pretje op deze weg als het hard regent. Nu kan je nog zien waar de gaten zijn. We maken een compromis en kopen snel een cola in een winkeltje en eten de overschot van de koeken op die we vanmorgen kochten. Wanneer de motregen wat stopt, zien we een groep gieren op de omheining van een boerderij zitten. Op iedere paal zit er één en allemaal stokstijf met hun vleugels gespreid, raar zicht is dat. De laatste kilometers van de ongeasfalteerde piste begint het hard te regenen. We gaan nog snel schuilen bij een benzinestation. Het ziet er naar uit dat het voor de rest van de dag zo zal blijven. Alhoewel we al redelijk nat zijn, doen we onze regenjassen toch maar aan want het is serieus aan het gieten. Gelukkig is het nog maar 3 km piste want de weg begint op sommige plaatsen op een rivier te gelijken. Dominical ziet er helemaal niet uitnodigend uit en we beslissen ineens verder te rijden naar Uvita, dat ligt hier maar 18 km verder en natter dan dat we nu al zijn kunnen we toch niet meer worden. Vanaf hier is er een goed geasfalteerde weg, zelfs met pechstrook. De wolken hangen laag, in de bergen links van ons maar ook boven de zee rechts van ons. Eigenlijk spijtig want je moet hier mooie zichten hebben over de oceaan mocht het weer helder zijn. Uit de bergen komen op verschillende plaaten hoge watervallen naar beneden. Prachtig, maar we kunnen geen foto's nemen met dit weer, dit lukt enkel met een onderwatercamera. Kletsnat vinden we een kamer in een nog best gezellig hotelletje dat wordt uitgebaat door een Amerikaan. Alhoewel het 's avonds nog 24 graden is, hebben we het allebei koud en trekken onze Icebreaker met lange mouwen aan. Als je 35 à 40 graden gewoon bent, voelt 24 echt fris aan. Door de regen wandelen we naar het supermarktje, met het parapluutje dat we in Nicoya kochten en dat z'n diensten al bewezen heeft. We koken spaghetti. En gaan vroeg slapen, met het geluid van de gietende regen.

 

25 mei 2007 Uvita

Als 's morgens onze wekker afgaat, regent het nog steeds. Onze fietskleren zijn nog steeds drijfnat. Ze zijn gewoon niets droger geworden. Na een tijdje houdt het wel op met regenen, maar we twijfelen of we wel zouden vertrekken. Ze hebben weer regen voorspeld voor vandaag en we hebben geen zin om weer door de gietende regen te fietsen en weinig van het mooie landschap te zien. Bovendien is er hier gratis internet de hele dag door en een rek vol reisgidsen. Er is hier is ook een keuken die we kunnen gebruiken en we maken van de gelegenheid gebruik om wortelstoemp te maken. Rond de middag komt ook de zon erdoor en hangen we onze kleren buiten. Na 2 uur zonneschijn komen er alweer donkere wolken opzetten en zijn de kleren nog niet droog, maar wel al veel droger dan voordien. De lucht is gewoon te vochtig om iets droog te krijgen. We hangen de kleren dan maar terug in onze kamer. En even later is ook de regen er. Christine gaat kopies nemen van een paar zaken uit de reisgidsen en in de winkel is het gespreksonderwerp de harde regen van de laatste dagen. Blijkbaar zou de hoeveelheid regen die de laatste dagen gevallen is abnormaal zijn. Op het TV-nieuws wordt er ook over gesproken. Er zou een front boven de Stille Oceaan hangen die al die regen brengt. Vooral in het zuiden van het land zijn er problemen met overstromingen en hebben ze al mensen moeten evacueren. We vonden het al raar dat sommige rivieren een paar dagen geleden zo goed als leeg waren en nu zijn ze allen overvol. En in Quepos stonden de lokale mensen ook te staren toen de straten onder water liepen omdat de riolen het niet meer konden slikken. Ze voorspellen morgen nog regen en daarna zou het terug droger worden. Het blijft nog ontzettend hard gieten tot 's nachts.

 

26 mei 2007 Uvita - Palmar Norte 48.0 km (346 meters geklommen)

We staan vroeg op en trekken onze nog steeds natte fietskleren aan. We bakken een eitje en maken Nescafé, want er is nog niemand op en de gratis koffie is dus nog niet klaar. Het is bewolkt als we vertrekken, maar per geluk regent het niet. Het is een mooie rit. De weg loopt op en neer door een mooi groen landschap met bergen, en af en toe vangen we rechts een glimp op van de zee, waarboven nog steeds wolken hangen. Onderweg zien we ook de schade van de regen van de afgelopen dagen. Op één plaats is een stuk van het wegdek ingezakt, op een andere is de kant van de berg naar beneden op de weg gezakt. Rond 8 uur komt de zon erdoor en begint al het water te verdampen. Het is heel warm en vochtig. Tegen dat we rond 11.30 uur in Palmar Norte aankomen, hangen er alweer dikke grijze wolken in de bergtoppen. De volgende stad is 60 km verder, en de mensen zeggen ons dat voor die stad niets meer is om te overnachten. We twijfelen om door te rijden, maar gaan nog eerst stenen bollen gaan bekijken waarvoor deze streek bekend is. Het zou hier bezaaid liggen met die massief stenen bollen, met soms wel 1,5 m diameter. Ze komen ergens uit de oudheid maar niemand weet exact door wie, waarom of hoe ze zouden gemaakt zijn. Ze zouden de planeten kunnen voorstellen of zouden grensmarkeringen kunnen zijn. Terwijl we ze staan te bekijken, vallen er druppels, dus besluiten we maar hier een hotel te nemen. Uiteindelijk begint het toch niet te regenen, maar ja, dat weet je op voorhand natuurlijk niet. We babbelen nog wat met de eigenares van ons hotelletje, eigenlijk niet meer dan een paar propere kamers achteraan in haar tuin. Ze vertelt dat haar zoon aan de universiteit studeert, maar terwijl ook werkt. Dit houdt in dat hij elke zaterdag en zondag de hele dag les volgt aan de universiteit in Paso Canoas, hier 125 kms vandaan, en daarvoor zit hij in 't week-end 's morgens en 's avonds meer dan 2 uur op de bus. 's Avonds maakt ze ons een lekkere maaltijd klaar.

 

27 mei 2007 Palmar Norte - Ciudad Neily 78.6 km (381 meters geklommen)

Wanneer de wekker om 5 uur afloopt, is het nog steeds aan het regenen. We ontbijten bij de vriendelijke mevrouw van het hotelletje. Om 6u30 stopt het eindelijk met regenen en kunnen we vertrekken. Vanaf hier zitten we terug op de Panamerican Highway die er eigenlijk slechter bijligt dan de Costanera (= de kustweg) die we de laatste dagen hebben gevolgd. De Panamerican Highway is hier niet meer dan een smalle weg waarvan de asfalt op vele plaatsen hersteld is, wat het soms nogal hobbelig maakt. Het is hier ook opeens gedaan met de grote Engelstalige reclameborden voor condominiums, nu de weg niet meer langs de kust loopt. Per geluk wordt de weg wat beter na 25 kms, want het gaat hier de hele tijd op en neer, en meer op dan neer, tot we afdalen naar de stad Rio Claro en in een vallei terechtkomen. In het groene landschap komen we af en toe dorpjes tegen waar de muziek in de huizen heel luid staat. Dat is blijkbaar iets dat ze hier doen op zondag, luide muziek spelen. Doordat het zondag is, is er ook weinig verkeer op de Panamerican en dat komt ons heel goed uit, want de Panamerican is hier heel smal, zonder pechstrook. We komen al vlug in Ciudad Neily aan, een niet al te gezellige stad die op zondag volkomen dood lijkt. We vinden een niet al te dure kamer bij niet al te vriendelijke mensen. Dan trekken we de stad in om iets te eten, maar gezien het zondag is zijn de plaatselijke comedors niet open. De enige optie is dure restaurants ofwel een soort hamburgerrestaurants die alleen kip serveren, waar we dan maar eten. Daarna gaan we vlug terug naar onze kamer, want de lucht begint alweer te overtrekken, en inderdaad, even later stroomt het water alweer met bakken uit de hemel. Per geluk hebben we op de kamer een TV en er worden Engelstalige films of feuilletons uitgezonden met Spaanse ondertiteling, ideaal voor ons om wat Spaans bij te leren. Als het wat minder regent, trekken we naar een supermarkt, die zijn hier per geluk wel open op zondag, en we doen inkopen voor ons avondeten. 's Avonds koken we buiten voor onze hotelkamer spaghetti met ons vuurtje, dat per geluk weer prima blijkt te werken. Daarna kruipen we vroeg in bed.