Printversie

Dagboek Nicaragua

 

26 april 2007 Choluteca (Honduras) - Somotillo (Nicaragua) 54.5 km

We vertrekken om 6 uur. De rit verloopt heel voorspoedig, al moeten we wel nog een paar keer klimmen. Er komen ook veel vrachtwagens voorbij, en die laten ons niet veel plaats. Per geluk is er hier een pechstrook, maar die is slechter dan de weg, en op sommige plaatsen niet berijdbaar wegens vol kiezel, gaten of glas. En als er bruggen of hellingen zijn verdwijnt de pechstrook helemaal. En dan zijn we aan de grens. Er staat een lange rij vrachtwagens te wachten. Wanneer we die voorbijrijden, worden we van alle kanten bestormd door geldwisselaars. We rijden gewoon verder, al weten we niet waar we moeten zijn. Ze lopen met ons mee, en sommigen lopen voorop. Dus rijden we gewoon in de richting die zij uitlopen en komen zo automatisch aan het juiste loket terecht. Het loket voor Honduras blijkt net langs dat van Nicaragua te liggen. We geven de paspoorten af, maar krijgen ze terug zonder stempels en met een ontvangstbewijs enkel voor de Nicaraguaanse entry taks. Als we zeggen dat we ook een bewijs willen voor de Hondurese exit taks, zegt de Nicaraguaan dat we daarvoor aan het Hondurese loket moeten zijn en hij zegt ook dat het normaal is dat we geen stempel krijgen. Dus gaan we naar de Hondurees, die ons een ontvangstbewijs geeft, maar ook geen stempel. We gaan terug naar die van Nicaragua en vragen hem nogmaals om een stempel. Hij zegt dat die niet nodig is, hij zegt dat je in de vier landen Honduras, Guatemala, El Salvador en Nicaragua 90 dagen in totaal mag verblijven vanaf het moment dat je één van deze landen de eerste keer bent binnengekomen. Wij zijn Honduras binnengekomen op 5 april en mogen dus tot 4 juli in Nicaragua blijven. Als we aandringen, zet hij uiteindelijk toch een stempel in ons paspoort. Daarna wisselen we vlug de resterende Hondurese lempiras in Nicaraguaanse cordobas bij de geldwisselaars. Als we verder rijden, worden we nog even tegengehouden door de douane die ons paspoort en het ontvangstbewijs van de betaling wil zien, en dan zijn we Nicaragua binnen. Niemand heeft naar een eigendomsbewijs voor de fietsen gevraagd. We rijden door Guasaule, het Nicaraguaanse grensdorpje, dat er helemaal niet aantrekkelijk uitziet, en ook hier staat er een lange rij vrachtwagens te wachten. We merken ook dadelijk dat de Panamericana aan deze kant van de grens veel slechter is, vol met grote gaten. Per geluk kunnen we daar als fietser tussen slalommen, al is dat niet altijd gemakkelijk wegens het verkeer. 5 km verder ligt het dorpje Somotillo. We besluiten hier te overnachten, want het is ondertussen al heel heet en de volgende stad ligt op ongeveer 70 km. Somotillo is zo'n typisch grensdorpje, stoffig en druk en met weinig charme. De vrachtwagens laten hun zware klaxon horen wanneer er iemand in de weg loopt. Het eerste hotelletje bij het binnenrijden wil ons een kamer aansmeren aan een prijs die volgens ons veel te duur is voor wat ze waard is. Gelukkig hebben we nog keuze uit 2 andere hotelletjes. Na een verfrissende douche gaan we op de markt snel iets gaan eten. Het is zeer rustig op de markt in contrast met de weg die door het dorp loopt. En voor iets meer dan een dollar heb je hier een dagschotel met een drankje. In de namiddag slaat het weer om, er komen dikke onweerswolken opzetten. En tegen 17 uur is het prijs, een zwaar onweder trekt over ons heen. Zoals gebruikelijk valt de elektriciteit uit en even later is er ook geen water meer. We gaan nog snel de straat op om iets te eten voor het volledig donker is. Alles blijkt al dicht, maar we vinden nog een straatstalletje dat "carne asada" (=gegrild vlees) met "gallo pinto" (=rijst en bonen) verkoopt. We lijken wel onze buitenbanden op te eten, maar de honden rond onze tafel lijken wel gelukkig. De rest van de avond zijn we afhankelijk van kaarslicht en onze zaklamp. Het is broeierig heet in de kamer, want de venilator werkt natuurlijk ook niet zonder elektriciteit. En een verfrissende douche zit er ook niet in zonder water.

 

27 april 2007 Somotillo - Leon 114.4 km

's Morgens is er nog steeds geen stroom of water, en we pakken alles in met het licht van de kaars. Rond 6u, tijdens ons ontbijt met een stuk cake van gisteren en gratis Nescafe van het hotel, springen plots alle ventilators terug aan, er is terug stroom. De eerste 10 km is de weg zeer slecht. Overal zitten er gaten in het asfalt, of is er gewoon geen asfalt. Gelukkig is alles wat stofvrij met de regen van gisteren. Voor ons is het beter rijden dan voor de vrachtwagens, want die gaan met zo'n slakkengangetje dat we ze voorbijsteken. Onderweg staan er allemaal kinderen (soms ook volwassenen) met emmers en schepjes om de gaten met aarde te vullen. Zo proberen ze een fooi los te krijgen van de vrachtwagenchauffeurs. Na 10 km  volgt er een mooie asfaltweg die hier en daar nog eens sporadisch onderbroken is voor een tiental meter. Onderweg zitten langs de kant van de weg regelmatig brandstofhandelaars. Of beter gezegd, ze hangen in hun hangmat onder een plastiek zeil. Rondom staan er altijd enkele grote bidons, een trechter en een slang. We denken dat het iets te maken heeft met het prijsverschil met de brandstof in Honduras. In de verte zien we de vulkaanketen Los Maribios met zijn hoogste vulkaan San Cristobal (1.745 meter) prominent op de voorgrond, een machtig zicht. Al snel zijn we in Chinandega, dit zou volgens onze reisgids de warmste en de droogste stad van Nicaragua moeten zijn, al vinden wij het stuk van Nicaragua dat we tot hier al gezien hebben veel groener dan de kuststreek van Honduras, die ontzettend dor en heet was, net een woestijn. Het is nog vroeg en we besluiten om ineens door te rijden naar Leon, dat zou maar 37 km van hier zijn. Een fluitje van een cent als je de wind en de hitte niet meetelt, maar spijtig genoeg zijn beiden van de partij, en het kost ons meer moeite dan gedacht om in Leon te geraken, vooral door de echt krachtige tegenwind. Heel de weg blijven we echter een mooi zicht hebben op de vulkaan San Cristobal, eigenlijk zijn we er rond gereden. Leon lijkt op het eerste gezicht een druk, doch fijn stadje. Na een beetje rondgekeken te hebben, vinden we een aangenaam backpackershotelletje. Er is zelfs een keuken die we kunnen gebruiken. Die komt goed van pas, want na al die bananen, en rijst met bonen, hebben we zin om nog eens zelf te koken. En om de hoek blijkt er een moderne supermarkt te zijn, de eerste sinds het begin van onze reis. 's Avonds maken we spaghetti in de keuken van het guesthouseje en babbelen we wat met de andere reizigers, waarna we nog wat gaan drinken in het Via Via Cafe, opengehouden door Belgen, aan de andere kant van de straat. Er is een live optreden van een lokale band en er worden lotjes voor een tombola verkocht door de Quetzaltrekkers, een organisatie die zich bezighoudt met de straatkinderen van Leon. Rond halftien zijn de winnende nummers nog steeds niet bekend, maar wij vallen al een tijdje om van de slaap en geven onze lotjes dan maar door aan een Finse jongen met wie we ondertussen aan de praat zijn geraakt.

 

28 april 2007 - 31 april 2007 Leon

Leon is een levendig stadje met een universiteit. Het bevalt ons hier wel. Er staan hier vele koloniale kerken en een enorm grote kathedraal. Er zijn vele marktpleintjes en er is dagelijks een gezellige markt. We vinden een lekker lokaal restaurantje waar we elke middag de dagschotel gaan eten met een vers geperst fruitsapje. Elke avond wordt in het guesthouse de barbecue aangestoken en degenen die willen kunnen er iets opleggen. Wij maken van de gelegenheid gebruik om onze beefsteaks te bakken, en koken er patatten en brocolli bij. Mmmm, dat smaakt echt goed na weken steeds maar hetzelfde gegeten te hebben. Het bevalt ons ook dat hier winkels en restaurants 's avonds ook open blijven en dat er nog volk op straat loopt, in tegenstelling tot Honduras waar iedereen zich opsluit zodra het donker is. Ondertussen is er ook hier een enorm onweer en valt ook hier de elektriciteit uit. Gelukkig is er nog water. En na een uur is er ook alweer elektriciteit. Morgen is het ook hier feestdag voor 1 mei, en we gaan er van profiteren om naar Managua te fietsen, we hopen dat er minder verkeer zal zijn. Managua is naar 't schijnt een onaangename stad, omdat het sinds de aardbeving van 1972 geen echte stadskern meer heeft. De stad staat ook bekend om zijn criminaliteit en doordat het niet meer echt een centrum heeft, is het ook moeilijk te zeggen welke wijken je moet mijden. We telefoneren naar één van de Amerikaanse motards die in Managua woont, je weet nog wel, diegenen die we ontmoet hebben in La Esperanza in Honduras. Hij had ons gezegd dat hij 11 km van Managua-centrum woont en dat als we in de buurt waren we gerust mochten langskomen. We hebben zijn vrouw aan de lijn, ze vertelt ons dat ze morgen bij vrienden gaan omdat het feestdag is, maar we mogen gerust langskomen. We moeten enkel morgen nog even bellen als we aan de rand van Managua zijn, dan spreken we daar verder af.

 

1 mei 2007 Leon - Managua 95.2 km

Na het ontbijt dat we nog snel zelf  klaarmaken in de keuken, vertrekken we vroeg. Alhoewel de weg redeliijk vlak is, speelt de wind ons weeral parten. Er is beduidend minder verkeer op de baan vanmorgen, maar halfweg de rit komt er ons een oneindig lijkende kolonne bussen voorbijgereden, allemaal met een rode vlag naar buiten wapperend. Waarschijnlijk voor een 1 mei-viering in de hoofdstad. Het landschap is mooi. Eerst hebben we nog het gezelschap van de rest van de vulkaanketen en verder op de weg een mooi zicht op het meer van Managua. Het valt ons ook op dat de meeste winkeltjes onderweg hier niet van die ijzeren tralies hebben, zoals in Honduras. Zo'n 10 km voor Managua, wanneer we door de voorsteden rijden, begint de weg serieus te stijgen en we zullen moeten blijven klimmen tot aan de rand van de stad. Daar gaan we naar een pompstation om nog eens te bellen naar de Amerikanen. Ze stellen voor om ons te komen halen met de pick-up truck, want het is een heel eind omhoog. Er ligt immers aan de buitenwijken van Managua een heuvel die meer dan 900 meter hoog is. Op deze heuvel is de residentiele wijk van Managua gevestigd, er staan grote huizen met grote omheiningen rond en hier woont de meer begoede klasse omdat er altijd een koel windje blaast van over het Managua-meer en het klimaat hier dus veel aangenamer is dan in het centrum van de stad. We zeggen dat we wel zelf tot daar zullen fietsen. Eerst moeten we nog een langzaam stijgend stukje over de oude weg naar Leon fietsen en dan slaan we linksaf naar de Carretera del Sur waar de heuvel begint. De klim tot aan het huis, zo'n 3 km op de heuvel, valt nog wel mee, alhoewel er in 't begin een pittig stukje in zit. Na bijna een uur in de hete middagzon, staan we bij het huis van de vrienden voor een grote ijzeren poort, geen bel te bespeuren. Na wat roepen en op de poort kloppen, komt Marilyn, de vrouw van Eric, de motorrijder, de poort openen, en we krijgen een hartelijke ontvangst. We worden voorgesteld aan Steve en zijn vrouw, de bewoners van het huis, en nog een ander bevriend koppel, en aan al de kinderen. Er is juist een feestje gepland voor de verjaardag van één van de kinderen. We drinken frisdrank en fruitsap, zingen een verjaardagsliedje en eten allemaal samen pizza. Dan nemen Marc en ik een douche en kleden ons om. De gastvrouw stelt voor dat we een duik in het zwembad nemen. Ja, het is een huis met alles erop en eraan, het is eigenlijk een voormalige ambassade. We babbelen nog wat gezellig allemaal samen en voor we het weten is het al tijd om naar huis te gaan. We gaan slapen in het huis van Eric en Marilyn dat 2 km verder ligt. Daar krijgen we een eigen kamer met badkamer. Na goedenacht gewenst te hebben aan de 6 kinderen, babbelen we nog wat na met Eric en Marilyn, en kruipen dan rond 8 uur zelf ook in bed.

 

2 mei 2007 Managua - Granada 67 km + 5 km ter plaatse

's Morgens eten we een lekker ontbijt met Eric, Marilyn en de kinderen, die vandaag terug naar school moeten. Marilyn geeft zelf thuis les aan de 2 jongste meisjes. Eric brengt ons met zijn pick-up de 2 km terug naar het huis van Steve, want het is te moeilijk om ons de weg ernaartoe uit te leggen. Het huis van Steve ligt op de Carretera del Sur, waarvan wij onze weg zuidwaarts verder zetten. Eerst moeten we nog verder de klim op de heuvel afwerken waaraan we gisteren begonnen waren. Na bijna 11 km klimmen en anderhalf uur later, staan we aan El Crucero, het dorpje op de top van de heuvel. Per geluk hebben we deze klim 's morgens kunnen doen, als het nog min of meer koel is, 't is te zeggen nog "maar" 30 graden. Op de top hebben we een mooi uitzicht en blaast er nog veel meer wind. Aan een winkeltje drinken we een welgekomen frisse cola, waarna we onze tocht verder zetten. Eerst dalen we 10 km af tot Las Esquinas, waar we de grote Carretera verlaten en een binnendoorweggetje nemen naar Granada. Hier is er echt weinig verkeer en het landschap is heel mooi. We rijden door verschillende mooie, gezellige dorpjes. Het is een heel plezante en aangename rit, de beste tot nu toe in Nicaragua. In het dorpje Masatepe ontmoeten we in een pasgeopende snackbar de Canadese eigenares en ze vertelt ons dat we haar eerste westerse klanten zijn. Ze wil onze foto om omhoog te hangen in de zaak. Ze is vol bewondering over onze fietsreis en stelt ons 1001 vragen. Marc doet wat aan missiewerk en leert de vrouw frieten bakken op z'n Belgisch, waarvoor ze zeer dankbaar is. We vertellen haar dat we Nicaragua zo mooi groen vinden, en ze antwoordt dat het normaal nog veel, veel groener is, want nu is het immers het einde van het droge seizoen. We rijden hier voorbij allemaal kleine dorpjes die ieder hun specialiteit blijken te hebben, zo zijn er onder meer bloemenkwekers, meubelmakers, pottenbakkers, enz. In El Guanacaste slaan we een zeer hobbelige weg in naar Granada. Wanneer we in Granada aankomen, zoeken we een hele tijd om iets betaalbaars en goed te vinden. Uiteindelijk vinden we een onderkomen in Hospedaje Ruiz, bij een Nicaraguaanse familie.

 

3 mei 2007 Granada

Granada kan ons niet echt bekoren. Er staan wel veel mooie kerken en grote koloniale huizen, maar er zijn heel weinig winkeltjes, zoals gebruikelijk is in Nicaraguaanse stadjes. Hier is alles meer op toeristen afgestemd. Er zijn heel mooie en dure hotels en restaurants, maar bijna geen gewone comedors. Kortom, een stad die niet leeft zonder de toeristen, zoals bijvoorbeeld wel het geval is voor Leon, dat we een veel aangenamere stad vinden. We dwalen wat door de stad en lopen ook langs het meer, waar er nog meer hotels gevestigd zijn. Maar omdat het toeristisch seizoen gedaan is, zijn de meeste dan ook leeg en geeft het wandelpark langs het meer een wat verlaten en troosteloze indruk.

 

4 mei 2007 Granada - Laguna de Apoyo - Granada 38.6 km

Vandaag rijden we naar het meer van Apoyo, een mooi kratermeer net buiten Granada. Eerst rijden we over de grote directe weg tussen Granada en Managua, maar daarna slaan we een klein wegje in dat door mooie dorpjes loopt. Vanuit Granada is het geleidelijk klimmen, tot aan de rand van de krater, en dan dalen we 3 km steil af naar het meer, waar er wat hotels en restaurantjes zijn. Het is er heel rustig, want het is nog heel vroeg. We drinken er wat op een terrasje en Marc zwemt wat in het meer, terwijl we de gewone bevolking bezig zien met hun dagelijkse werk. Voor zo'n mooi plekje is het hier opmerkelijk ontoeristisch en er zijn nog veel gewone dorpjes aan de oever van het meer gevestigd. Daarna beginnen we aan de klim terug omhoog uit de krater. Nicaraguanen zouden hun fiets op een pick-up of op het dak van de bus laden, ze denken er niet over de inspanning van lang omhoogklimmen te doen. De familie Ruiz van ons hotelletje wist ons zelfs te vertellen dat het onmogelijk is die klim met een fiets te doen, terwijl de klim niks uitzonderlijks is en helemaal niet zo moeilijk. Als we ergens lokale fietsers omhoog zien rijden, weten we onderweg ook altijd dat we het einde van een klim naderen, want anders zouden ze daar niet rijden. Enkel aan heel korte stukjes klim wagen ze zich. Na de middag werken we nog wat aan het verslag en lopen nog wat rond in de stad. 's Avonds eten we bij Telepizza, een instituut in Granada. Het is een heel groot familierestaurant van meer dan 100 zitplaatsen en niet duur. Hier zit het iedere avond vol, terwijl de meeste restaurants zo goed als leeg zijn, want te duur voor de lokale bevolking en momenteel zijn er niet genoeg buitenlandse toeristen. De pizza is er ook heel lekker, en dat is uitzonderlijk. Daarna babbelen we in ons hotelletje nog wat met het Zwitsers koppel in de kamer naast ons.

 

5 mei 2007 Granada - Rivas (op 68.5 km) - San Jorge - ferry naar Moyogalpa (Isla de Ometepe) 75.9 km

De eerste 12 km zijn over dezelfde weg naar El Guanacaste als toen we Granada binnenreden, allemaal bergop over een zeer hobbelig wegdek. Na zo'n 25 km komen we in Nandaime terug op de Panamericana terecht. Er is weinig verkeer en de weg is heel goed, er is zelfs de hele tijd een goede pechstrook voor ons. Spijtig genoeg is ook de wind weer van de partij en moeten we stevig doortrappen om vooruit te geraken. In de hele westkant van Nicaragua is er altijd zuidoostelijke wind die eerst van over het Managua-meer en later van over het ontzettend grote Nicaragua-meer blaast. Toch zijn we redelijk vlug in de grote stad Rivas, waar we afslaan naar het stadje San Jorge aan de oevers van het Nicaragua-meer. Hier nemen we de ferry naar Isla de Ometepe, een klein eilandje in de vorm van een 8, met in het midden van ieder rondje van de 8 een vulkaan. Het is een min of meer grote ferry en we kunnen de fietsen er zo oprijden. Een uurtje later staan we op het eiland en vinden er vlug een onderkomen in het dorpje Moyogalpa, waar de ferry aanmeert.

 

6 mei 2007 Moyogalpa - Altagracia 25.8 km

Vandaag rijden we naar Altagracia, het enige andere min of meer grote dorp op het eilandje. Eerst moeten we heel lang klimmen over de isthmus (het smalle punt van de 8) om dan aan de andere kant af te dalen naar Altagracia. De weg voert door veel kleine dorpjes en is volledig gepaveid met betonnen tegels, dat moet nogal een werk geweest zijn. Altagracia is nog veel rustiger dan Moyogalpa. We vinden er voor nog geen 7 euro een mooie en propere kamer met eigen terras met hangmat. We werken hier wat aan 't verslag en lopen wat door het dorp. Het eiland heeft sporen van bewoning tot 1.500 jaren terug. Het was een heilige plaats voor de indianen, ook voor diegenen die errond woonden en ze kwamen van ver om hier rituelen te komen doen. Het eiland ligt vol met petrogliefen, dat zijn ingekerfde stenen, en sommige zijn zelfs volledige beelden. Rond de kerk van het dorp staan een aantal van die beelden. In de kerk zijn mensen bezig prachtige bloemversieringen aan het maken. We vragen aan een vrouw wat de speciale gelegenheid is en ze zegt dat mei de Mariamaand is en dat er elke dag van de maand mei verse bloemversieringen in de kerk worden opgehangen ter ere van Maria. Ze zegt dat het dorp in groepen verdeeld is en dat elke dag een andere groep de bloemversieringen verzorgt. Ze legt ons uit hoe ze gisteren al de hele dag bezig geweest zijn met de bloemen aaneen te naaien tot slingers, en nu zijn ze ze aan 't ophangen aan het plafond van de kerk. Sommige slingers zijn zo lang dat ze tot op de grond hangen. In heel de kerk hangt een heerlijke bloemengeur. Vooraan in de kerk staat het versierde beeld van Maria. 's Avonds gaat er een processie door het dorpje. Terwijl een hele groep mensen door de straten zeulen met het versierde Mariabeeld dat fel verlicht is, schieten anderen  vuurwerk af. Nadien eten we heerlijk in ons hotelletje en babbelen nog wat met de Nederlandse toerist die de kamer naast de onze bezet.

 

7 mei 2007 Altagracia - El Porvenir - Moyogalpa 45.8 km

Vandaag verkennen we de andere kant van de 8. We rijden over de onverharde weg via het strand van Santo Domingo naar El Porvenir, een grote veehouderij met enorm veel hectaren. Het terrein van de veehouderij is bezaaid met petrogliefen die nog op de originele plaats liggen, men heeft er overal afdakjes boven gebouwd om ze te beschermen. We gaan ze bekijken met een gids die ons ook veel uitlegt over de bomen en de planten. Zo zien we onder meer een kruidnagelboom, kaneelboom, avocadoboom, mangoboom, enz. De rondleiding eindigt in het restaurantje van het kleine pensionnetje dat bij de veehouderij hoort. Het zicht op de vulkaan La Concepcion is magnifiek. Daarna rijden we naar El Ojo de Agua, een plaats waar het water gewoon uit de grond opborrelt. Het is er mooi verzorgd, met hangmatten en tafeltjes en stoeltjes, en je kan er heerlijk zwemmen in het frisse water. We eten er lekkere taco's en zwemmen wat, waarna het veel te vlug tijd is om terug naar Moyogalpa te fietsen. We moeten eerst weer de isthmus opklimmen om daarna weer af te dalen. Vandaag hebben we, zonder er veel van te merken, in totaal blijkbaar meer dan 400 meter geklommen. Alle wegen gaan hier ook de hele tijd op en neer. In alle dorpjes waar we voorbij komen, zijn de mensen bezig met het avondeten en dat wil zeggen dat het er vol rook hangt, niet aangenaam bij het omhoog fietsen. Er zijn hier immers geen schouwen, want er zijn meestal ook geen vensters of deuren, of er wordt gewoon buiten gekookt. In Moyogalpa gaan we terug slapen in hetzelfde hotelletje, want morgenvroeg nemen we de ferry terug naar het vasteland.

 

8 mei 2007 Moyogalpa - ferry naar San Jorge - Rivas - San Juan del Sur 35.9 km

We nemen de eerste ferry van 6 uur, en om 7 uur komen we aan in San Jorge, waar we een panaderia (=bakkerij) vinden die al open is. We kopen er een paar koeken en eten die op aan een pompstation in Rivas waar ze koffie verkopen. De koeken zijn heel droog en smaken naar niks, maar we hebben tenminste onbijt. Vandaag gaan we vanuit Rivas, aan de Panamericana, naar San Juan del Sur, een kuststadje aan de Stille Oceaan, fietsen. Normaal gezien dien je daarvoor eerst 10 km zuidelijk over de Panamericana te rijden om dan de afslag naar San Juan del Sur, 20 km verder te nemen. Maar we hebben op een kaart gezien dat er ook een weg rechtstreeks vanuit Rivas naar San Juan del Sur loopt, maar deze zou wel ongeasfalteerd zijn. We vragen hier en daar bij wat mensen en taxichauffeurs wat info over deze weg. Sommigen beweren dat de weg heel slecht is en dat er veel geklommen moet worden, terwijl anderen zeggen dat het een redelijk goede weg is. Omdat we anders tweemaal dezelfde 20 km heen en weer naar de Panamericana moeten doen, besluiten we de ongeasfalteerde te nemen. De weg is eerst een goede aardeweg zonder al te veel stenen. Er zijn heel wat bruggen die behalve de eerste compleet kapot zijn. Dus rijden we ernaast, door de opgedroogde rivier, zoals ook de auto's doen. Het is een mooie rustige weg met af en toe een dorpje. Na ongeveer 15 km wordt de weg wel slechter met veel stenen, maar het is nog goed te doen, vooral omdat de weg hier hoofdzakelijk langzaam daalt. Bij het naderen van San Juan del Sur zien we enorme bouwwerven. Ze zijn hier nog heel wat van plan. In San Juan del Sur moeten we nog een klein stukje over het strand rijden en dan zijn we op de geasfalteerde weg in het stadje. Het is een typisch kuststadje en de hele kustweg is volgebouwd met restaurants met terassen op het strand, Er zijn hier veel kleine en grote hotelletjes, maar alles is redelijk duur. We rijden een hele tijd rond en vinden uiteindelijk iets een beetje buiten het centrum. Als we daarna in het centrum iets gaan eten, zijn we versteld van zoveel toeristen te zien. Hier zitten ze dus allemaal. Voor ons heeft dit als voordeel dat er dan ook niet-Nicaraguaans eten te krijgen is. En tot onze grote blijdschap vinden we zowaar kip met saus en aardappelpuree. En 't is nog lekker ook. We zijn in de hemel, want eten is iets waar we al sinds Honduras niet meer echt naar uitkijken. Hopelijk wordt dat beter in Costa Rica, maar we vrezen ervoor. We merken dat er hier enorm veel Amerikanen rondlopen, ook oudere die hier blijkbaar wonen. Sommigen hebben hier zelfs een restaurantje of hotel. 's Avonds kijken we samen met andere toeristen naar de zonsondergang.

 

9 mei 2007 San Juan del Sur

Alhoewel het dorpje niet echt bijzonder is, besluiten we toch maar een dagje te blijven. We doen de was, werken aan het verslag en Marc verwisselt de kettingen van de fietsen. Wij hebben ieder een reserveketting bij. Om de 1.500 of 2.000 km zal Marc een andere ketting op elke fiets zetten. Op deze manier kunnen we langer met dezelfde tandwielen blijven rijden. Normalerwijze dien je alle tandwielen te vervangen op het moment dat je ketting versleten is en je een nieuwe ketting steekt, want anders past de nieuwe ketting niet in de reeds gedeeltelijk uitgesleten tandwielen. Maar tandwielen gaan veel langer mee dan een ketting. Daarom verslijten wij tegelijk 2 kettingen per stel tandwielen, door de ketting elke 1.500 of 2.000 km te verwisselen. 's Avonds kijken we weer naar de mooie zonsondergang over de baai en zien we talrijke pelikanen naar vissen duiken. Het lijken wel kamikazepiloten die zich van hoog in de lucht in zee storten.