Printversie

Dagboek Panama

 

28 mei 2007 Ciudad Neily - Paso Canoas (grens met Panama 19.0 km) - David 57.8 km (472 meters geklommen)

We staan vroeg op, eten vlug wat boterhammen met confituur op onze kamer en zijn dan op weg. Er is vandaag heel wat meer verkeer op de smalle Panamericana en de weg klimt de hele tijd langzaam tot we na 19 kms de grens met Panama bereiken. De grensovergang verloopt heel rustig en vlot. Er hangt hier ook niemand rond die je komt lastigvallen om een centje te verdienen, en ook geen geldwisselaars die aan je oren komen zagen. Zelden zo'n relaxte grensovergang meegemaakt, zelfs zo relaxt dat we de tijd nemen voor een tweede ontbijt in één van de goedkope comedores, terwijl we normaal gezien aan grensposten maken dat we weg zijn zodra we kunnen. Eens in Panama is de Panamericana een echte autosnelweg met gladde nieuwe asfalt, een middenscheiding en een pechstrook waar wij op ons gemak kunnen op rijden. Eerst bollen we bergaf gedurende zo'n 5 km en dan begint de weg geleidelijk te stijgen. Het is ondertussen ook weer goed heet, want hier in Panama zijn er opeens veel minder wolken. Het lijkt wel of ze de grens niet over mogen. Aan de eerste supermarkt waar we stoppen zijn we aangenaam verrast door de lage prijzen. Een frisdrank kost hier nog maar een halve dollar, terwijl dit in Costa Rica een dollar was. We zijn ook verrast door het aanbod aan produkten. Er is veel meer keuze dan in Costa Rica. We rijden verder en komen af en toe een dorpje tegen. Daar is er dan steeds een voetgangersbrug over de brede Panamericana gemaakt. Na zo'n 25 kms wordt de pechstrook echter te slecht om op te rijden en rijden we op het randje van de weg, maar gezien er hier 2 rijstroken in iedere richting zijn, heeft het verkeer meer dan genoeg plaats om uit te wijken voor ons en is dit geen probleem. Even voor David komen we een grote, supermoderne shopping mall tegen. Dat is geleden sinds Mexico. Als we David zelf binnenrijden, rijdt er opeens een jongen naast ons op een mooie Trek-fiets. Hij zegt vriendelijk dag en vraagt of hij kan helpen. We zeggen dat we een goedkoop hotel zoeken en Alexander rijdt wat door de stad met ons. Ondertussen is het ook weer lichtjes beginnen te regenen. Wanneer we een hotel gevonden hebben, neemt Alexander afscheid en wijst ons de weg naar het internetcafé waar hij deze avond werkt. Wij checken in, douchen ons en hangen onze kleren te drogen. Dan lopen we wat rond in de stad. David is een aangename stad met hier en daar grote winkels, maar spijtig genoeg is het verkeer wat te druk en heeft het geen enkel respect voor voetgangers. Als je niet oppast, rijden ze je tenen af. 's Avonds gaan we naar Alexanders internetcafé. Het is één van de grootste van de stad en hij blijkt de eigenaar te zijn. We geven hem het adres van onze website en hij is laaiend enthousiast over onze reis en vertelt dat hij er over droomt ooit een lange fietsreis in Europa te maken. Hij geeft ons een paar adressen van fietswinkels in David, waar we morgen kunnen proberen Shimano-konen vast te krijgen. Na wat mails verstuurd te hebben, nemen we afscheid en kruipen in ons bed.

 

29 mei 2007 David

Na ontbeten te hebben, gaan we op zoek naar de konen van Shimano. We gaan de winkels af die Alexander ons opgaf, maar ze hebben niet die Shimano-konen die we zoeken en geen kogellagers, tenzij heel goedkope uit Taiwan, maar die zijn niet duurzaam genoeg. Daarna gaan we naar Alexanders internetcafé om wat aan onze website te werken. Daar geraken we aan de praat met Alexander die honderdenéén vragen heeft over onze reis. Alexander zegt ons dat je Shimano-onderdelen kan kopen in de tax free zone in Paso Canoas, aan de grens met Costa Rica. Dat wisten wij natuurlijk niet toen wij er voorbij reden. We twijfelen of we de 60 kms terug met de bus zullen doen, maar Marc denkt dat hij wel in Panama City zal kunnen geraken met de oude kogellagers en de Taiwanese als back-up. En we hopen in Panama City de juiste Shimano-konen en goede kogellagers te kunnen vinden. In de namiddag werken we wat aan onze website.

 

30 mei 2007 David - La Barqueta - David 55.3 km

Vandaag fietsen we naar La Barqueta, het strand van David. Het is een mooie rit ernaar toe door kleine dorpjes. Het strand is zo goed als verlaten. Er zijn 2 restaurantjes, een condominium vol buitenlanders, afgesloten met een slagboom en een bewaker, en een luxe resorthotel. Maar zwemmen komt er niet van, want de mensen hebben ons verteld dat de stroming in het water te hevig is.

 

31 mei 2007 David - Boquete - David (met de bus, 80 kms)

Vandaag doen we een zijtripje met de bus naar het dorpje Boquete, 40 km hier vandaan en 1.000 meter hoger, aan de voet van Vulkaan Baru. Maar goed dat we het niet met de fiets hebben gedaan, zoals onze oorspronkelijke bedoeling was, want de weg is smal en vol verkeer, vooral bussen en grote trucks. Echt aangenaam zou het niet geweest zijn. Bij aankomst wandelen we wat rond in het gezellige dorpje in de motregen, en daarna wandelen we de bergen in over de smalle weg. In de buitenwijken zien we dat er veel buitenlanders wonen en veel chique hotels zijn. De weg klimt en klimt en naarmate we hoger gaan, begint het steeds maar erger te regenen. Als er een busje passeert, doen we het stoppen en rijden mee. We willen naar een waterval gaan kijken en vragen aan de chauffeur ons er af te zetten. Het busje rijdt hoger en hoger de bergen in, de weg klimt steiler en steiler, en het blijft maar duren. Uiteindelijk blijkt de chauffeur ons meegenomen te hebben tot aan de ingang van het nationaal park om de vulkaan te bezoeken. Maar met zo'n weer heeft het weinig zin een vulkaan te beklimmen. We zullen toch niet in de krater kunnen kijken. We kunnen nu door de wolken evenmin de vulkaan zien. We vragen om mee terug naar beneden naar de waterval te gaan. Even later zet het busje ons af bij een splitsing waar wij te voet verder gaan met de paraplu in de hand. Na een flink stuk stappen, komen we bij de waterval. We wandelen door de regen verder naar beneden, op weg naar de "stenen vingers". Ondertussen wandelen we doorheen een mengeling van bloemen, koffieplanten en bananenbomen, en komen we af en toe arme indianen tegen die op de koffieplantages werken. Eén ervan vertelt ons dat er op dit moment te weinig werk is wegens al de regen en dat hij al drie dagen niet meer gegeten heeft. We geven hem de cake die we bij hebben. We zien ook de Indiaanse vrouwen en kinderen in de barakken die op de plantages staan. En af en toe een grote omheinde villa, waar de eigenaar woont. Na een hele tijd en ondertussen toch al wat nat, want onze paraplu is te klein voor twee, komen we aan de stenen vingers. Dit is een steile rotswand langs de weg waar wel honderden kleine vierkante stukken rots uitsteken, echt een mooi zicht. Nu het nog erger begint te regenen, houden we onze sightseeing voor gezien en liften we terug naar het dorpje beneden. De man die ons meeneemt in de auto, terwijl zijn knecht achteraan in de bak van de pick-up in de regen zit, vertelt ons dat het hier in de bergen al vier dagen aan een stuk aan 't regenen is. Als we terug beneden in het dorpje Boquete aankomen, is het er droog. We eten er een lekkere dagschotel en een ijsje toe. Daarna nemen we een busje naar het dorpje Caldera, vanwaar je in driekwartier langs een klein paadje naar warmwaterbronnen kan wandelen. De bronnen zouden een helende werking hebben, vooral voor reuma en spierpijn. We verheugen ons er al op onze stramme spieren daarin te weken te leggen. Maar het busje gaat slechts tot de afslag naar Caldera, waar je dan een ander, niet al te frequent rijdend busje moet nemen voor de resterende 14 kms. Net als we aan de afslag afstappen, begint het ontzettend hard te regenen. We schuilen met een paar mannen in het ontzettend kleine bushokje en staan daar bijna een half uur zonder dat er ook maar één auto of busje de weg naar Caldera inrijdt. Ondertussen is het ook al 3 uur, en als we een busje voor David zien aankomen, lopen we door de gietende regen naar de straat en rijden mee. Als de bus afdaalt, houdt ook de regen op. Beneden in David heeft het blijkbaar niet geregend.

 

1 juni 2007 David - zijtrip naar Bocas del Toro (met de bus, 183 kms)

Vandaag nemen we de bus naar Bocas del Toro, een eiland aan de Caraibische kust. Hiervoor moeten we eerst naar het plaatsje Almirante, 183 km vanaf David, maar er zijn bussen om het half uur, en dit elke dag vanaf halfvier 's morgens tot een stuk in de namiddag. Ongelooflijk hoeveel bussen hier rijden. We hebben er eerst nog aan gedacht om het al fietsend te doen, maar het zou ons waarschijnlijk drie dagen kosten. Bovendien zouden we dezelfde weg helemaal terug moeten fietsen, want het ligt totaal uit onze richting naar het zuiden. Deze weg verbindt, over de hoge bergen heen, de Pacific kust met de Caraibische. Maar wat uiteindelijk een doorslaggevend argument tegen de fiets was, was dat de mensen zeiden dat de weg heel smal is in de bergen en dat er heel veel vrachtwagens rijden die bananen naar de havenstad Changuinola brengen. Er is hier immers slechts één weg die van de ene kust naar de andere gaat, behalve de weg van Panama Stad naar Colon, maar dat is helemaal in het zuiden en ver weg van hier. Bovendien heeft Alexander voorgesteld onze fietsen bij hem thuis te zetten en ons dan naar het busstation te brengen. De busrit is adembenemend mooi. De weg loopt dwars door de bergen en gaat de hele tijd op en neer, en op sommige punten nogal steil. Tot onze spijt merken we dat er zo goed als geen verkeer is, en slechts af en toe een vrachtwagen. Maar ja, nu is het te laat. Als we aan de andere kust, de Caraibische, komen, is het nog eens 70 kms tot Almirante. De weg blijft ook hier langs de kust stevig op en neer gaan en loopt langs heel veel Indianendorpjes. Het landschap is ook hier heel mooi, en af en toe hebben we zicht op de zee. Bij aankomst in Almirante nemen we de watertaxi naar het dorpje Bocas del Toro op het eiland Colon. Het is een kleine speedboot waar een tiental mensen in kan. De boot vaart in het begin heel langzaam omdat er hier nogal wat mensen aan de waterkant wonen, maar eens we in open zee zijn, vliegt hij in volle vaart naar Bocas, We zien ook enkele grote vrachtboten voor anker liggen, onder meer eentje van Chiquita die bananen komt halen in Changuinola. In Bocas aangekomen, vinden we een gezellig hoewel wat verwaarloosd hotelletje met een al even verwaarloosd houten dek boven het water, waar we 's avonds hele scholen vissen uit het water zien springen terwijl hun zilverkleurige schubben weerspiegelen in de ondergaande zon.

 

2 juni 2007 zijtrip Bocas del Toro - Boca del Drago - Bocas del Toro (met de bus, 34 kms)

We nemen het kleine busje naar Boca del Drago, een strand aan de andere kant van het eiland. Het busje rijdt dwars door de jungle en we zien dat er af en toe een dorpje is en ook wat immens grote villa's op omheinde terreinen. Het strand van Boca del Drago is heel mooi en zo goed als verlaten. Er is één klein hostel en één restaurant. Er wandelen wat mensen rond die zelf met de auto tot hier gereden zijn. Marc gaat wat snorkelen en ziet prachtig gekleurde vissen, waaronder blauwe visjes met lichtgevende stippen, en hier en daar koraal. Maar voor de echte koraalriffen moet je je door een bootje dieper in zee laten brengen. In de bomen op het strand zien we allerhande mooi gekleurde vogels, blauwe en gele, maar ook kolibri's die ter plaatse blijven hangen terwijl ze supersnel met hun vleugels slaan. Dan nemen we het busje terug naar het dorpje Bocas del Toro. De sfeer is hier helemaal Caraibisch, de mensen zijn donkerder van kleur en ze spreken het grappige Engels dat we eerder al in Belize hoorden. Het eiland wordt druk bezocht door zowel lokale als buitenlandse toeristen, en er liggen ook veel buitenlandse zeilboten in de haven. 's Avonds zitten we op het dek van ons hotel en kijken naar het druk voorbijvarende verkeer van de kleine al dan niet gemotoriseerde bootjes.

 

3 juni 2007 zijtrip Bocas del Toro - Bastimentos (met de boot, 20 minuten) - terug naar David (met de bus, 183 kms)

Heel vroeg 's morgens nemen we een watertaxi naar het eiland Bastimentos. We moeten wat zoeken om ontbijt te kunnen eten in het kleine dorpje, want alles is blijkbaar nog dicht, maar na wat zoeken en wachten, vinden we toch iets. Daarna wandelen we door de jungle naar Wizard Beach. Onderweg zien we mooie bomen, kleurrijke planten en allerhande dieren, onder andere vleesetende plantjes en bladsnijdende mieren. Wizard Beach is op dit vroege uur zo goed als verlaten, op een voorbijvarende visserskano na. Daarna wandelen we wat door het dorpje Bastimentos. Hier is de bevolking bijna helemaal zwart. Er lopen ook heel veel rasta's rond en in sommige van de kleine huisjes staan grote luidsprekers waardoor reggaemuziek naar buiten schalt. Dan nemen we vlug de watertaxi terug, checken uit uit ons hotel en nemen de watertaxi naar het vasteland, waar we de bus naar David nemen. Eens in David aangekomen, gaan we dadelijk naar het internetcafé van Alexander om onze fietsen te halen. Hij stelt voor dat we bij hem thuis blijven slapen. Maar eerst wil hij ons nog een paar zaken in de omgeving laten zien. Zo neemt hij ons mee naar een gezellige bar op de weg naar het strand La Barqueta om ceviche te eten. Ceviche is rauwe vis die in limoensap werd gelegd en daardoor gaar wordt. Daarna wordt hij opgediend met wat gesneden ui. We proeven ceviche van vis, garnalen en inktvis. Daarna gaan we met Alexander naar de yachthaven, waar we een door de politie geconfiskeerde boot van drugdealers zien liggen. Het is een grote speedboot met vier enorme buitenboordmotoren, en de drugdealers laten die gewoon achter eens ze veilig en wel aan land zijn geraakt, waarna de politie ze in beslag neemt en dan op hun beurt gebruikt om op drugsdealers te jagen. En dan gaan we nog naar een enorm grote supermarkt die 24 uren open is. Daarna nodigt Alexander ons uit om te gaan eten in een restaurant van zijn vriend, waar we heerlijke vis eten. We liggen pas laat in bed, maar het was een gezellige avond.

 

4 juni 2007 David - kruispunt San Felix (Las Lajas) 80.1 km (598 meters geklommen)

We ontbijten samen met Alexander die vandaag een stukje met ons mee zal rijden. Vanaf hier is de Panamericana terug heel smal en zonder pechstrook. Per geluk is er hier weinig verkeer. Maar ook weinig dorpjes. Het landschap is echter heel mooi. De weg gaat de hele tijd op en neer. Als we aankomen aan de afslag voor Las Lajas bewolkt het weer. We hebben gezien dat de lokale brandweer een mooi grasveldje heeft achter hun gebouw en we besluiten te vragen of we er onze tent mogen opzetten. Eerst doen we op het kruispunt nog vlug inkopen voor het avondeten. Als we aan de brandweerkazerne aankomen, hebben we onze zin nog niet afgemaakt of de overste zegt al "Maar natuurlijk, kom maar mee" en leidt ons naar een mooi rieten afdakje met betonnen vloer achter het gebouw. We kunnen wel niet douchen, want ze hebben geen water zeggen ze. We kunnen het niet laten om er grapjes over te maken, brandweer zonder water? Maar ze verzekeren ons dat ze een brand kunnen blussen als het nodig is. Ze moeten zich nu zelf behelpen met een kleine ton water, omdat het leidingwater is afgesloten. We krijgen een emmer en mogen bij een buurman even verder, die aangesloten is op een andere leiding, water gaan halen. Terwijl wij aan het koken zijn, komt er af en toe één van de mannen langs om een praatje te maken. Ondertussen is het beginnen te regenen en terwijl we daar zo staan te praten is er opeens een flits en een enorme knal. Een blikseminslag, vlak naast ons. De brandweerman is, net zoals wij, onder de indruk, en zegt dat dit maar een tiental meter achter ons was. Dat is al de tweede keer op deze reis dat we dit meemaken, je bent er wel even vijf minuten stil van.

 

5 juni 2007 San Felix (Las Lajas) - Santiago 125.8 km (1431 meters geklommen)

We vertrekken vroeg, na ontbeten te hebben aan onze tent. Vanaf hier begint de weg serieus te klimmen. Hij gaat echt helemaal door de bergen. Hier is het landschap nog mooier dan gisteren. We geraken slechts langzaam vooruit en daardoor is de afstand tussen de dorpjes langer dan verwacht. We snakken naar een koud drankje, want het is vandaag ontzettend heet. Tegen het middageten komen we aan in het dorpje Los Ruices waar we een dagmenu kunnen eten in een klein restaurantje. Dat is zeer welkom. Na Los Ruices moeten we nog heel even klimmen en dan gaat de weg naar beneden, maar wordt hij opeens ook heel slecht met echt grote bulten. In een afdaling vliegt Christine's stuurtas open en de Dazzer dondert de grond op, zo'n grote kuilen en bulten zijn het. Even later staat er een motor langs de kant van de weg, met een westerling naast. Het is Dave, een Engelse motorrijder die van Peru op weg is naar de Verenigde Staten. In Ecuador kwam hij de Argentijnse motorrijder Walter tegen, ook op weg naar de VS, en sindsdien rijden ze samen. Maar Walter heeft zijn schokbrekers kapot gereden op deze grote bulten en is nu op Dave's BMW op weg om het kapotte stuk te laten herstellen. Terwijl we daar zo staan te praten, begint het ineens te regenen. We halen ons parapluutje boven, maar dat is veel te klein voor drie man. Dave doet zijn motorjas en helm aan. Het is echt een enorme stortbui. Wij halen nog ons grondzeil van de tent boven, maar dat blijkt niet meer waterdicht te zijn. Zo staan we daar langs de Panamericana, drie gringo's onder een te kleine paraplu, eentje met motorhelm, eentje met fietshelm en eentje met een nat grondzeil. Het voorbijrijdende verkeer vertraagt om het schouwspel te kunnen aanzien. Opeens valt dan ook nog de motor om, hij was in de modder weggezakt vanwege de heftige regen. Marc en Dave zetten hem terug recht en zijn nu helemaal doornat. Marc moet zijn T-shirt uitwringen. Na een hele tijd klaart het per geluk op en wordt het terug ietsjes warmer. We wachten tot we ietwat gedroogd zijn om verder te fietsen. We zijn ook niet meer gehaast, want we denken de grotere stad Santiago, 60 km verder, toch niet meer te kunnen halen en gaan proberen op het grote kruispunt met de afslag naar de stad La Mesa onze tent op te zetten. Maar de weg blijkt hier veel vlakker dan voordien en we gaan heel goed vooruit. We zitten nu op een plateau en hebben een goed zicht op de wijde omtrek. Als we aan het kruispunt van La Mesa aankomen, blijkt dit allerminst aantrekkelijk te zijn om een tent op te zetten. We besluiten door te rijden in volle vaart, misschien kunnen we Santiago dan toch nog halen en anders moeten we zien onze tent ergens anders op te zetten. De weg blijift de hele tijd heel slecht en zonder pechstrook. Auto's slalommen tussen de kuilen door. We komen heel veel wegenwerken tegen. Maar het landschap is heel mooi in de ondergaande zon. En bovendien gaat de weg na het plateau de hele tijd lichtjes bergaf en kunnen we een goede snelheid halen. Zo'n 10 kms voor Santiago komen er weer grote wolken aanzetten en wordt het heel donker, terwijl we normaal nog bijna een halfuur daglicht zouden hebben. We sprinten in volle vaart verder, maar even later, zo'n 5 kms voor Santiago, haalt de regen ons in en rijden we verder door de striemende regen. We komen in het donker en doornat, voor de tweede maal vandaag, in Santiago aan, waar we eerst nog zo'n 2 kms tot het centrum rijden en daar geen hotel vinden, om dan de 2 kms terug naar de Panamericana te rijden waar er grote hotels zijn. We vragen een paar prijzen, maar die zijn duidelijk boven ons budget. Per geluk heeft één van de grote hotels ook een paar goedkopere kamers zonder airco en met koud water, en we nemen er onze intrek.

 

6 juni 2007 Santiago

We blijven hier een dagje zodat we onze nog steeds natte kleren kunnen wassen en drogen. We moeten ook een fax naar Belgie sturen, omdat Marc is opgeroepen als bijzitter voor de verkiezingen van zondag. Er is internet in het hotel, maar printen kan enkel de receptie. Dus typen we onze fax en mailen hem naar de receptie. Als de receptioniste de fax naar Belgie wil sturen, horen we dat de fax al begint te piepen als ze nog maar enkele cijfers heeft ingetikt. Het is duidelijk dat er iets verkeerd is, maar volgens haar is de Belgische fax bezet. We vragen haar of ze niet eerst een code moet doen om een buitenlijn te krijgen. Dat weet ze niet en daarvoor belt ze naar een collega. De collega geeft haar de code, maar nu werkt het nog niet. Dan vragen we haar of ze de code om naar het buitenland te faxen gedaan heeft. Weer belt ze de collega die haar de code geeft. Weer werkt het niet. Na meer dan een half uur, printen enz. inbegrepen, zegt ze doodleuk dat haar fax wel eens geblokkeerd zou kunnen zijn, net zoals haar telefoon, waarmee ze enkel in Panama kan bellen. Dan gaan we maar de straat op en lopen daar wat rond tot we voorbij het reisbureautje komen waar we gisteren informeerden naar vliegtuigtickets naar Peru. We vragen hen of zij kunnen faxen, maar ze zeggen dat ze geen fax hebben. Ernaast is een DHL-kantoortje. Die hebben wel een fax, maar willen het niet doen. En zo lopen we maar verder en komen uiteindelijk een telefoonwinkel tegen. Daar willen ze het wel doen, maar nu blijkt de lijn in Belgie constant bezet. Ze hebben er ook 2 computers staan en we vragen of we er CDs kunnen branden. Ja, is het antwoord, en dus installeren wij ons aan één van de computers en beginnen onze foto’s naar de harde schijf te kopiëren. Gezien de computer ontzettend langzaam is, duurt dit een hele tijd. Als we eindelijk alles van onze verschillende kaartjes hebben gekopiëerd naar de harde schijf en willen beginnen branden, lukt dit niet. Als we er de dame van de telefoonwinkel bijroepen, zegt ze doodleuk dat we enkel op de andere computer kunnen branden. Alle werk dus voor niks, en we hebben geen zin om helemaal opnieuw te beginnen. Ondertussen heeft de dame nog een paar keer geprobeerd de fax te zenden, maar het blijft steeds bezet, zegt ze. En zonder dat we het weten, is het alweer avond.

 

7 juni 2007 Santiago - Anton 122.9 km (249 meters geklommen)

De weg gaat hier slechts lichtjes op en neer en we gaan goed vooruit. Na 80 km moeten we schuilen voor de regen in een bushokje. Het valt echt met bakken uit de lucht en er staan zo'n grote plassen dat het water meer dan twee meter hoog opspat als er auto's voorbijrijden. Na 90 km dienen we alweer te schuilen voor de regen in een bushokje. Na 100 km komen we in het stadje Penonomé en proberen we iets te slapen te vinden, maar de 2 hotels zijn te duur en wanneer we naar het pensionnetje gaan en vragen om de kamer te zien, zegt de stuurse man "Ik toon geen kamers. Mijn kamers zijn immers allemaal proper". We zeggen dat we er niet aan twijfelen dat zijn kamers heel proper zijn, maar dat we willen zien of de fietsen erin kunnen. Hij zegt dat dat geen probleem is, want dat de kamers groot genoeg zijn. Uiteindelijk staat hij toch op en toont ons de kamer. Die is inderdaad proper, maar wij vinden dat deze man ons geld niet verdient en besluiten nog wat verder te rijden, want eigenlijk vinden we dat de andere mensen in dit stadje ook niet erg vriendelijk zijn. Na 19 km komen we in Anton. Een gezellig dorpje dat opeens veel properder is dan alles voordien. We vinden er een goedkoop pensionnetje, maar de restaurants zien er stuk voor stuk niet appetijtelijk uit. We koken dan maar zelf spaghetti voor ons avondeten. We merken dat de kamers van ons pensionnetje ook per uur verhuurd worden, want we horen veel mensen gaan en komen, en zien de kuisvrouw met lakens in de weer.

 

8 juni 2007 Anton - kruispunt Playa Coronado 51.2 km (rit naar Santa Clara 3.2 km + rit naar San Carlos 3 km + rit naar Playa Coronado 11.9 km) (460 meters geklommen)

We hebben heel slecht geslapen, want de ijzeren veren steken door het matras, ook echt scherpe punten, zodat we de Therm-a-Rest matrasjes er niet kunnen opleggen. Wanneer we de vliegtuigdekentjes er op hebben gelegd, is het iets beter. 's Morgens zijn we echter nog steeds zeer moe, we hebben precies niet geslapen, temeer door het lawaai van de nachtelijke bezoekers. We vertrekken zonder ontbijt, want er is niets open. We zien veel vogels, die op dit vroege uur heel actief zijn. Zo zien we wel meer dan tien ibissen aan een rivier zitten. Na 14 km komen we in Rio Hato, een gezellig dorpje, en eten er een lekker ontbijt in een gezellig restaurantje waar de mensen vriendelijk zijn. We zien ook de gemeentearbeiders bezig die de struiken in de middenberm aan 't bijsnoeien zijn, allez, vooral ene, de andere 3 zitten in een bushokje toe te kijken en roepen commentaar. De ene die snoeit, hakt er wild op los met zijn machete. Hij lijkt echt een wildeman die zich laat gaan op de struiken, en ondertussen van alle commentaar terug roept naar de andere drie. Je zou eens moeten kunnen zien hoe de struiken erbij staan nadat hij er voorbij is gekomen. Tussen elke struik gaat hij even bij zijn collega's op de bank zitten om uit te rusten. Het is allemaal heel grappig om aan te zien. Als we Rio Hato buitenrijden, zien we er ook een gezellig uitziend pensionnetje. Hadden we gisteren maar tot hier gereden, dan hadden we waarschijnlijk beter geslapen. Even verder komen we aan het kleine vliegveldje van Rio Hato. De startbaan blijkt gewoon dwars over de Panamericana te lopen. We rijden verder en hier is de Panamericana weer terug van slechtere kwaliteit. Er is zelfs geen pechstrook meer tot in Santa Clara, 5 kms verder. We besluiten de afslag naar Playa Santa Clara te nemen. Na bijna 2 kms komen we op het mooie strand. Het is er heel rustig op dit vroege uur. Er zijn 2 restaurants, een mooi grasveld en verschillende palapa's (= rieten afdakjes) om onder gaan te zitten. Er zijn ook propere toiletten en douches. We wandelen wat op het strand en gaan dan een koffie drinken in één van de restaurants. Ondertussen begint het te regenen en te onweren, en zien we bliksems boven de zee. Het begint harder en harder te regenen en we wachten nog wat om verder te rijden. Ondertussen wordt er een groep vissers op het strand afgezet met een een bootje en ze beginnen een enorm groot net dat in zee ligt, binnen te trekken. Ze staan op een rij met het touw in hun nek en hun armen erop, zo is het net of ze de sirtaki dansen. We houden hen in 't oog en na een hele tijd zien we dat er een tweede groep vissers hetzelfde aan 't doen is verder op het strand. De twee groepen werken naar elkaar toe, en het duurt meer dan een uur eer ze samen zijn. Dan trekken ze het net met de visvangst uit de zee het strand op. Ongelooflijk hoeveel lawaai zo'n massa vissen samen in hun doodstrijd maken. De vissers wachten tot er minder activiteit in het net is en beginnen dan de vissen in bakken te sorteren. De meeste vissen zijn niet echt groot. Wij besluiten terug te vertrekken, want ondertussen is het, na 2 uur, eindelijk min of meer opgehouden met regenen. Na Santa Clara is er per geluk weer een pechstrook voor ons om op te rijden, maar de Panam blijft slecht. Vanaf hier gaat de weg ook echt op en neer, en we krijgen de hele tijd korte, maar steile klimmetjes te verwerken. Na 20 kms op en af klimmen, komen we in het dorpje San Carlos. We zien dat er één heel onaantrekkelijk uitziend hotelletje is en besluiten hier enkel te middageten en verderop gaan te kijken voor slaapplaats. Als we nadien voortrijden, blijft de weg op en af gaan, met steile klimmetjes. In een afdaling rijdt Christine in een kapotte bierfles en heeft een lekke achterband. Dat moest ervan komen. We rijden nu al een hele tijd op de pechstrook, en die ligt op veel plaatsen vol gebroken glas of ander afval. In de achterband zijn 2 redelijk grote sneetjes. Dat is uiteraard helemaal niet goed. Marc herstelt de band en even later zijn we weer op weg. We zien niets om te slapen, tot we aan de afslag voor Playa Coronado komen, waar er een groot, supermodern warenhuis is, en ook een hotel, maar spijtig genoeg nogal duur. Aan het tankstation weet men ons te vertellen dat er een halve kilometer verder een hospedaje is in een zijstraat. We twijfelen of we nog zouden verder rijden vandaag of hier blijven slapen. We vragen of er in het kleine stadje hier een paar kilometer verder dan iets is om te slapen, maar daar zijn ze niet zeker van. We gaan het pensionnetje eens bekijken, de kamers zijn goed en mits wat afdingen passen ze ook in ons budget. De eigenaar vertelt ons dat het hier al 4 dagen aan een stuk heeft geregend en dat het pas vandaag om één uur 's middags is opgehouden. We hebben inderdaad weer wolken in de bergen zien hangen, net zoals in Costa Rica toen het daar dagen aan een stuk regende. Nadat we ingecheckt hebben, gaan we Playa Coronado per fiets verkennen. De weg is afgesloten met een slagboom en er zit een bewaker. Er zijn ook aparte inrijlanen voor residenten of bezoekers. Dit werd hier gewoon neergezet door de welgestelde bewoners, terwijl dit eigenlijk een openbare weg is. We rijden dan ook gewoon voorbij aan de bewaker, die ons laat gaan. We zien heel grote villa's met hoge omheiningen rond. Bijna iedereen die hier woont is buitenlander, meestal Amerikanen. Hier en daar kunnen we door de afsluiting heen een glimp opvangen van de enorme tuinen, en zien dan steevast het personeel bezig met het onderhoud van de tuin. We zien ook kindermeisjes met de kinderen spelen. Af en toe is er tussen 2 domeinen in een smal braakliggend padje langswaar je het strand kan bereiken. Wij nemen zo'n padje dat meer op een riool lijkt en komen op het strand, waar we al de muren en omheiningen van de villa's zien en verder niets. Op de terugweg gaan we inkopen doen in de grote supermarkt voor ons avondeten en eten op onze kamer.

 

9 juni 2007 Kruispunt Playa Coronado - La Chorrera 50.9 km (408 meters geklommen)

We gaan ontbijten aan de grote Rey supermarkt die 24 uur op 24 open is. We kopen er kaneelbroodjes, appelstrudel, cake en koffie en eten het buiten op. De weg gaat nog steeds op en neer, net zoals gisteren, maar er is steeds meer verkeer omdat we Panama-stad naderen. We komen nu ook door meer en meer dorpjes, en daar is er geen pechstrook voor ons. De Panamericana is hier op sommige plaatsen in mindere staat, maar zeker niet zo erg als voor Santiago. Als we ergens stoppen om iets te drinken, vraagt een man vanwaar we zijn. Als we antwoorden Belgie, vraagt hij "En helemaal uit Belgie met de fiets?" Dit is iets wat ons hier al ettelijke keren gevraagd werd, ook door jonge mensen. Niet veel mensen schijnen hier te weten dat er een oceaan ligt tussen Amerika en Europa. Ondertussen antwoorden we al maar gewoon "ja" op zo'n vragen, maar dan vragen ze soms hoelang het geduurd heeft, en wat zeg je dan? Nochtans is het onderwijs hier gratis, al stellen wij ons dan wel vragen bij het niveau van dit gratis onderwijs. Hoofdrekenen is ook iets dat ze absoluut niet kunnen. De eenvoudigste optelling moet met een rekenmachientje gebeuren. Na bijna 40 km komen er donkere wolken opzetten en moeten we gaan schuilen in een bushokje. Deze keer is het echter een klein bushokje en we moeten toch nog onze paraplu bovenhalen. Het komt echt met bakken uit de lucht gevallen en dit meer dan een uur lang. Daarna wordt het minder, maar het regent nog steeds erg. Na 2 uur zijn we het beu. We doen onze regenjassen aan en rijden verder. Goed dat we de regenjassen aangedaan hebben, want het is sinds het beginnen regenen is afgekoeld naar 23 graden, terwijl het voordien 36 graden was, een groot verschil, en dat voelt koel aan, zeker in de korte afdalingen. Na zo'n 10 km komen we aan de afslag voor La Chorrera, waar er een paar hotelletjes zouden zijn. We slaan hier af en heel de weg zijn er wegenwerken bezig en daardoor is er echt niet veel plaats meer over voor ons tussen het drukke avondverkeer. Na een tijdje komen we toch eindelijk aan in het centrum en vinden we vlug een goede kamer, zelfs met warm water. Een welkome afwisseling eens een warme douche te kunnen nemen. Als we het stadje ingaan, is er een feest in het park, het Corpus Cristi Festival. Er zijn allerhande dansen in de kiosk en er staan heel wat mensen te kijken.

 

10 juni 2007 La Chorrera - Panama City 37.0 km (275 meters geklommen)

We vragen de weg en krijgen te horen dat er nog veel wegenwerken zijn en heel slechte stukken. Men raadt ons aan de tolweg te nemen. Na zo'n 2 km drukke weg met weinig plaats voor fietsers komen we aan de tolweg. We hoeven niet te betalen. Hier is er wel een pechstrook, maar er zijn van die ribbels in het wegdek gemaakt, zodat je er niet constant op zou rijden. Dit is ook voor ons heel hinderlijk, en dus rijden we maar op het randje van deze weg die een echte autosnelweg is. Aan de peage zien we ook nog een groep van wel 20 motorrijders met zware motors en uitgedost in leren pakken, net zoals bij ons. Dit is de eerste keer dat we dit in Centraal-Amerika zien. Dit zullen zeker welgestelde inwoners van Panama City zijn die een zondags ritje gaan maken. De weg gaat ook hier nog constant op en neer, met zelfs nog langere klimmen naarmate we Panama City naderen. Hoe dichter bij de stad, hoe drukker het verkeer, en hoe meer bussen die zwarte wolken uitstoten telkens ze een heuvel oprijden. Ongeveer de laatste 10 km is er ook geen pechstrook meer en dat is geen pretje. Als we aan de Brug van de Amerikas, de bekende brug over het Panama-kanaal, komen, worden we tegengehouden door een politieagent die daar in een hokje blijkbaar op fietsers zit te wachten. Hij legt uit dat er een nieuwe wet is waardoor niemand nog met de fiets over de brug mag omdat men bang is dat iemand zelfmoord zou plegen door van de brug te springen. Alsof je met de auto of de moto niet kan stoppen op de brug. We proberen hem te overtuigen dat we niet speciaal uit Mexico komen overgefietst om hier van deze brug te springen. Als het van hem afhing mochten we door, maar hij heeft orders gekregen om de wet strikt toe te passen. Hij walkie-talkiet naar zijn collega's en zegt dat ze gaan afkomen met een pick-up. Als we er ongeveer een half uur staan, komt er een lokale coureur aangereden en ook hij moet stoppen. Het is een vriendelijke jongen en we lachen samen wat af. Als we een bus zien langsrijden, zeggen we,"Oei, collectieve zelfmoord". We zeggen tegen de politieagent dat hij even de andere kant moet opkijken, dan kunnen wij snel over de brug fietsen. Maar hij zegt ons dat hij dan in de problemen komt met zijn collega's die aan de andere kant van de brug staan. Wanneer we daar zo staan te wachten, komen er een paar motorrijders doorgereden in volle vaart, eentje zelfs op z'n één wiel. Dat blijkt allemaal geen probleem voor de politie. Na nog 'ns een half uur is de pick-up er eindelijk. De 2 politieagenten blijven er gewoon inzitten en laten ons alles inladen. Met 3 fietsen, waarvan 2 bepakt, zit de pick-up bomvol en Marc's fiets hangt zelfs half uit de open pick-up. De 2 agenten uit de pick-up komen toch 'ns kijken en doen teken dat we alledrie bij in de bak moeten kruipen. Ik zeg hen nog dat over de brug fietsen blijkbaar te gevaarlijk is, maar half uit een open pick-up hangend en daarna ook nog 'ns door El Chorillo fietsen dan niet. De mond van de 3 politieagenten valt open. "El Chorillo" zeggen ze verbouwereerd. Ik zeg "Ah ja, hoe denk je dat we anders in Panama City gaan geraken?" We hadden in de reisgids gelezen welke buurten gevaarlijk waren en hadden de kaart goed bestudeerd en we wisten dat we even na de brug door een gevaarlijke buurt moesten, maar verschillende lokale mensen verzekerden ons dat als je op de Avenida Central, de drukke weg die erdoor loopt naar het centrum toe, blijft er geen gevaar is. Ook met Jorge, de andere fietser, hadden we het er over en hij zei al lachend: "Op dit uur zijn de dieven nog niet wakker, die slapen minstens tot een uur of drie". De politieagenten overleggen wat met elkaar en dan zeggen ze dat ze ons op een veilige plaats zullen afzetten. Ze vertrekken en rijden zo'n kwartier in volle vaart. Jorge klopt op de zijwand dat ze moeten stoppen, want ze zijn al te ver voor hem. Maar ze rijden gewoon door. Wanneer ze ergens stoppen, laden we de fietsen af. We weten niet goed meer waar we zijn, want we stonden zoals sardienen in een doosje tussen de fietsen en hebben de weg enkel vanuit de achterbak kunnen volgen. Ook Jorge vraagt waar hij is. Hij moet blijkbaar een heel stuk terug, door de gevaarlijke buurt. Hij vraagt aan de agenten: "Wat doe ik? Fiets ik terug?" Ja, zeggen ze. En Jorge vertrekt. Hij had hier helemaal niet hoeven zijn, maar met een beetje hulp van de politie kan hij nu door een gevaarijke buurt fietsen. Wij vinden dat het er zelfs hier al niet echt pluis uitziet, de buurt is redelijk verloederd, maar de agenten verzekeren ons dat als we hier aan het verkeerslicht naar links gaan en dan maar rechtdoor blijven volgen, we geen kwaad kunnen. Dus vertrekken ook wij, want ze zijn, net als tegen Jorge, redelijk kort met hun uitleg en ongeduldig om te vertrekken. Na nog geen kilometer zitten we volop in een echt slechte buurt. We rijden zo snel we kunnen, maar de weg gaat constant op en neer, en we weten niet meer waar we zijn, moeten zelfs nog even de weg vragen, en we moeten blijkbaar naar rechts afslaan. We rijden verder en zien dat al de zijstraten naar rechts nog veel slechter zijn. Je zou je bijna afvragen of er nog iemand woont, zo verloederd. We besluiten op de grote weg rechtdoor te blijven rijden, terwijl we goed rondkijken. Christine ziet drie niet pluis uitziende mannen aan de overkant tegen een gevel zitten en denkt in haar eigen: "Dat zijn er 3 die blijkbaar al wel wakker zijn". Ze laten Marc passeren, maar als Christine bijna voorbij is, staan ze opeens alledrie tegelijk op en beginnen in volle vaart de brede weg over te spurten. Christine begint luidkeels te schreeuwen "Laat mij gerust", alsof de mannen het zouden verstaan en zet er dadelijk vaart achter, maar met zo'n bepakte fiets ben je niet al te snel en bovendien gaat het hier juist een beetje bergop. Per geluk moeten de drie nog even wachten voor verkeer, maar eentje is toch al vlug bij Christine, en kijkt koortsachtig naar de achtertassen om te zien wat en hoe hij iets kan grijpen. Maar er hangt niets los op de fiets en de tassen zelf zijn goed vastgemaakt. Ondertussen is Marc al teruggedraaid en is met één hand de peperspray uit zijn fietsbroek aan 't halen. De dief kijkt heel nerveus van Marc naar Christine en terug, terwijl hij nog altijd langs de fiets van de luid schreeuwende Christine holt. Ook zijn 2 achterop komende vrienden roepen naar hem dat hij moet oppassen want dat Marc eraan komt. En dan besluit hij blijkbaar het hierbij te laten. Hij blijft opeens staan, terwijl wij verder fietsen. Heeft het aanhoudende geschreeuw van Christine teveel aandacht getrokken? Dacht hij dat Marc naar een revolver of mes aan 't pakken was? Waren er teveel getuigen, want ondertussen waren er al een aantal auto's achter ons? Wij rijden zo snel als we kunnen verder door de nog steeds heel slechte buurt, nog steeds op de uitkijk voor mogelijke belagers en op zoek naar een veilige plaats om rechtsaf te slaan, die we per geluk na een paar honderd meter vinden, en dan zijn we heel plots in een andere wereld. De slechte en de goede buurten liggen hier heel erg dicht bij elkaar en er is geen overgang. Achteraf hebben we op de kaart gezien dat we al eerder, nog voor de slechte buurt, rechtsaf hadden moeten gaan, maar gezien de politie had gezegd die weg te blijven volgen, hebben we het zo gedaan. Terwijl wij alles goed voorbereid hadden, het stadsplan bestudeerd hadden en klaar gestoken hadden in de kaarthouder. Alleen, met een beetje hulp van de politie wisten wij niet meer waar we op dat stadsplan zaten, dus was het voor ons ook niet meer bruikbaar. Maar ondertussen zijn we tenminste uit de slechte buurt en op een grote, drukke weg. Maar er zijn hier meer dan één slechte buurten, dus het blijft uitkijken geblazen, zeker als de grote weg na een paar honderd meter al éénrichting wordt en wij verplicht zijn rechtsaf te slaan. Maar geen probleem, nu zitten we blijkbaar in een residentiele wijk. Alhoewel, de huizen hebben allen een hoge omheining en er is zo goed als niemand op straat behalve hier en daar een dakloze. Als een man met zijn BMW zijn versterkt fort wil binnenrijden, vragen we hem de weg. Wanneer we verder aan een groot winkelcomplex komen waar een bewaker buiten staat, stoppen we en kan onze adrinalinerush even bekoelen. We vragen de bewaker waar we zijn en hoe we naar de buurt met de goedkope hotelletjes moeten rijden, maar door de vele éénrichtingsstraten blijkt dat niet zo eenvoudig te zijn. Bovendien ligt die buurt vlak naast de gevaarlijke buurt en Christine ziet het niet zitten om daar terug naartoe te rijden, vooral omdat je vanwege de éénrichting vlug verloren kan rijden. We zien in onze reisgids dat er nog een backpackhostelletje is pal in het commerciele (en veilige) centrum. En besluiten dan maar om daar naartoe te gaan. Het stelt niet veel voor, maar we zullen morgen wel iets anders zoeken. Als we naar het internetcafé gaan, moeten we bellen om binnen en buiten te mogen. In het internetcafé valt Christine op een betonnen trapje van 4 treden en bezeert zich nogal erg aan haar scheenbeen. Daarna kruipen we in de slaapzaal in ons bed, waar we de hele nacht gestoord worden door de andere fuivende rugzaktoeristen.

 

11 juni Panama City

's Morgens besluiten we eens gaan rond te kijken of we geen betere en goedkopere kamer kunnen vinden, want we gaan hier toch enkele dagen blijven. We gaan langs enkele buurten waar het veilig zou moeten zijn. We gaan in een paar hotels kijken en vinden al dadelijk kamers met alles erop en eraan voor een lagere prijs dan die we nu in de slaapzaal betalen. Het probleem is echter dat deze buurten wel veilig zijn overdag, maar 's avonds gaat hier alles vroeg dicht en is het al een pak minder veilig. Sommige van de recepties zijn achter tralies en andere achter dik glas. De goedkoopste vragen ons hoeveel uren we blijven. En veel winkels en restaurants zijn hier ook al niet te bespeuren. We besluiten na wat marktonderzoek om maar terug te gaan naar het hostel waar we nu zitten en met een beetje geluk hebben ze nu een private kamer voor ons vrij. Daar is alles bij de hand (supermarkten, restaurants, internet, fietsenwinkels, boekenwinkels, reisbureaus, enz.) want we moeten hier een aantal zaken regelen, en dan moeten we 's avonds op straat niet voortdurend over onze schouder zitten kijken. En we kunnen er nog eens lekker koken in de gemeenschappelijke keuken. Daarna gaan we op zoek naar konen, een reisgids van Peru, een  fietsbroek, vliegtuigtickets, enz. Na uren rondgelopen te hebben komen we van een kale reis thuis. De winkels lijken van de buitenkant veel te hebben, maar als je iets specifieks vraagt dan blijkt dat heel wat anders. Bij vele van de winkels moet je bellen voor je binnen mag. Eén fietswinkel zegt dat ze de konen hebben, maar in hun winkel aan de andere kant van de stad, waarvan ze ons het adres geven. 's Avonds zijn we doodop, want we hebben vandaag urenlang rondgelopen in het dolle verkeer van Panama City, langs de grote gebouwen en brede lanen die eindeloos lijken, terwijl het toeterende verkeer je bijna ondersteboven rijdt en je telkens lang moet wachten alvorens je kan oversteken, terwijl je bijna versmacht van de uitlaatgassen en het bovendien zo'n 32 graden warm is. Echt geen pretje, in Panama City rondwandelen.

 

12 juni 2007 Panama City

Vandaag hebben we de foto's op CD gezet om naar huis te sturen, wat heel wat tijd in beslag neemt, gezien we twee toestellen hebben en meerdere kaartjes per toestel. Net als we alles eindelijk chronologisch bij elkaar hebben gezet op de harde schijf om dan over verschillende CDs te verdelen, blokkeert de computer van het internetcafé. Er is niets meer aan te doen. Ze moeten hem opnieuw opstarten en wij zijn alles kwijt en kunnen opnieuw beginnen. Daarna werken we wat aan het verslag op onze kamer waar we ondertussen naar verhuisd zijn. Het is niet meer dan een hok waar juist een dubbel bed in kan, maar we hebben nu tenminste een ventilator en we kunnen onze spullen hier laten liggen, wat niet mogelijk was in de slaapzaal, omdat dit hostel zelfs geen lockers voorziet. Het is moeilijk je te concentreren bij het schrijven van het verslag, omdat in het hostel alle vensters open staan wegens de warmte en er van buiten allerhande geluiden binnenkomen, zoals het toeterende verkeer, alle aircos van de omringende gebouwen en het voortdurende gedreun van de bouwwerf hier net langs. Alsof dat nog niet genoeg is, vindt het personeel, dat hele dagen lang in de zetel ligt te slapen, het nodig de radio keihard aan te zetten, terwijl sommige toeristen op TV een film volgen en hem heel luid moeten zetten om nog iets te kunnen verstaan. Wij worden hier bijna gek van al die geluiden samen. En al dat lawaai blijft 's nachts gewoon doorgaan, behalve de TV en de radio, hoewel er soms drinkende backpackers de nachtrust van iedereen verstoren.

 

13 juni 2007 Panama City

Vandaag bezoeken we, samen met Ian, een Engelse toerist uit ons hostel, het Panama-kanaal. We nemen de bus ernaar toe en rijden dicht langs de slechte buurt Curundu waar we bij het binnenrijden in verzeild waren geraakt. We stappen uit aan de sluizen die het dichtste bij Panama City liggen en waar er ook een museum is, de Miraflores-sluizen. Het doet goed even uit de vervuilde lucht van de stad te zijn, we kunnen zelfs de zon terug zien. Die is in Panama City nooit te zien vanwege de smog. Het is hier ook heerlijk rustig. Oef, even rust voor onze oren. Het kanaal is indrukwekkend. Het bijhorende museum is heel goed en geeft een uitgebreide uitleg over zowel de geschiedenis als de technische kant. Er is ook, wat hoger, een groot platform gemaakt waar je alles wat er beneden aan het kanaal gebeurt goed kan gadeslaan. Een stem door een luidspreker geeft commentaar bij wat er beneden gebeurt. We hebben geluk, juist als wij er zijn, komen er verschillende grote vrachtschepen voorbij. Zulke schepen dienen per container te betalen om door het kanaal te mogen, en dat kan voor de grootste schepen oplopen tot een som van 200.000 USD, terwijl een privé zeilyacht zo'n 1.000 USD dient te betalen. Het laagste bedrag dat ooit betaald is geweest, is door iemand die door het kanaal is gezwommen, maar waarschijnlijk had hij geen container op zijn rug. De grootste vrachtschepen ter wereld zijn gebouwd om nog net het Panama-kanaal door te kunnen en worden Panamax genoemd. Zulke schepen hebben in de sluizen aan iedere kant nog slechts 50 cm over. Er passeren er 3 terwijl wij er staan en dat is echt indrukwekkend om te zien. Het moet nogal ingewikkeld zijn om zo'n mastodontschip doorheen zo'n smalle sluis te loodsen. De voorwaarde om het kanaal door te mogen is dan ook dat de kapitein alle controle over het schip afstaat aan de Panama-piloot, een speciaal hiervoor opgeleide stuurman. Hij wordt geassisteerd door wel 20 personeelsleden van het kanaal die ook aan boord van het schip gaan. Verder zijn er nog zo'n 8 locomotiefjes die aan weerszijden op rails langs de sluizen rijden en aan het schip zijn vastgemaakt met touwen, en die het schip op het juiste spoor houden. Een andere voorwaarde is dat het bedrag op voorhand cash betaald wordt. We vinden het alledrie adembenemend, en voor we het weten zijn er een paar uren gepasseerd en is het sluitingstijd. 's Avonds maken we samen met Ian spaghetti in ons hostel en proeven een paar lokale biertjes.

 

14 juni 2007 Panama City

We gaan een paar reisbureautjes af op zoek naar vliegtuigtickets voor Peru. Ze blijken veel goedkoper te zijn met de internationale studentenkaart ISIC. Deze kan je in veel backpackersghettos, zoals bvb. Khao San Road in Bangkok, kopen voor een habbekrats, zelfs voor de nog komende jaren. Dat zijn dan wel valse, maar die worden overal aanvaard, ook door luchtvaartmaatschappijen. We vragen ons af of het hier dan zo moeilijk is om er eentje vast te krijgen. Nadien bezoeken we Casco Antiguo, het historische centrum, waar het naar verluidt zo gevaarlijk zou zijn. Terwijl veel van de mooie huizen inderdaad verwaarloosd zijn, zijn er vele wijken al helemaal opgewaardeerd en is men nog volop bezig met andere. Het ziet er naar ons gevoel ook helemaal niet gevaarlijk uit, alleszins overdag. Het is er best gezellig, want er is zo goed als geen verkeer in de smalle straatjes en het ligt aan de zee, dus waait er een frisse bries. Er staan verschillende mooie koloniale kerken en gebouwen. En je kan er de restanten van de oude vestingsmuur zien. Wanneer we aan het Presidentiele Paleis komen, komt er juist een delegatie van Indianenvrouwen van verschillende stammen aan. Ze worden in groep per stam binnengelaten. In de inkom van het paleis lopen grote kraanvogels vrij rond, vrij achter tralies welliswaar. Daarna bezoeken we aan de andere kant van de stad Panama Viejo, de ruines van de oorspronkelijke stad. Er is niet echt veel meer te zien, enkel de kathedraal staat nog recht. We geraken aan de praat met de zeer optimistiche ticketverkoopster. Ze vertelt ons uitgebreid de geschiedenis van Panama Viejo. We zeggen dat we bijna overvallen waren in de wijk Curundu, ze zegt ons dat enkel "locos" daar naartoe gaan, met andere woorden "gekken", en dat ze er zelf voor geen geld ter wereld door zou wandelen. Ze is zelf al verschillende keren beroofd geweest. Ze zegt dat ze nu haar geld in haar schoenen steekt, maar dan mag je natuurlijk geen dure schoenen aan doen, want anders stelen ze die ook. Na ieder ding dat ze zegt, moet ze steeds hardop lachen. Wanneer we willen doorgaan zonder de site te bezoeken, want ze sluit al over een half uur, zegt ze dat we gratis nog even mogen binnengaan, maar dat we straks bij de bushalte zeker niet verder de straat mogen inwandelen, want dat ook dit een gevaarlijke buurt is 's avonds.

 

15 juni 2007 Panama City

We chatten wat met onze nichtjes op de PC van het hostel, die we elke dag een half uur gratis mogen gebruiken, maar soms moeten we nogal lang wachten voor hij vrij is. Daarna werken we wat verder aan het verslag en doen de was. We telefoneren naar de fietswinkel en we mogen de konen en een paar lege fietsdozen gaan ophalen. Als we er aan komen, zien we dat de konen toch weer ietsjes anders zijn van vorm, en de as waar ze opstaan, is dikker. We kopen ook kogellagers van goede kwaliteit en een paar binnenbanden. We wandelen met de lege fietsdozen zo'n 4 kms door het chaotische verkeer van Panama City naar ons hostel. Nu we de fietsdozen hebben, kunnen we morgen op zoek gaan naar vliegtuigtickets. Daarna houden we ons verder bezig met de foto's op CD zetten. 's Avonds maken we weer lekkere spaghetti in ons hostelletje.

 

16 juni 2007 Panama City

Marc houdt zich bezig met de fietsen. Hij verwisselt de kettingen, maar maakt eerst de 4 kettingen schoon met onze wasbenzine die we om te koken gebruiken en die we toch niet mee op het vliegtuig mogen nemen. Hij vervangt ook de steeds langzaam platgaande binnenband van zijn voorwiel door een nieuwe die we gisteren in de Trek-winkel kochten. Christine houdt zich terwijl bezig met de vliegtuigtickets en kan, na wat heen en weer geloop, tickets aan studentenprijs krijgen. Ons ticket wordt daardoor 70 USD per persoon goedkoper. Voor de rest van de dag houden we ons nog bezig met het verslag en met het inpakken van de bagage.

 

17 juni 2007 Panama City - Lima (Peru) (per vliegtuig)

's Morgens brengt de eigenares van het hostel ons naar de luchthaven. Na de achterbank opgevouwen te hebben, passen de fietsdozen in haar auto. Als we in de luchthaven staan aan te schuiven om in te checken, komt er een militair met drugshond langs die alle baggage komt besnuffelen. Hij gaat wel 5 keer opnieuw langs alle valiezen en pakken. We zien ook een groep van jonge mannen met een crew cut en dezelfde T-shirt en broek, het lijkt wel een uniform. Ze staan aan te schuiven met een grote houten legerkist om in te checken. En het raarste van al, ze zijn vergezeld door een oudere Amerikaan, die nogal veel uitleg verschaft aan het baliemeisje bij het inchecken, maar blijkbaar zelf in Panama blijft en niet meevliegt (naar Honduras, zien we later). Ons vliegtuig schijnt mooi op tijd te gaan vertrekken, maar als iedereen aan boord zit en alle bagage is ingeladen, wordt er een passagier ziek. Er wordt gewacht om te zien of hij nog mee kan of niet. Als uiteindelijk wordt beslist dat hij toch niet mee kan, moet er nog lang naar zijn bagage worden gezocht. Nadat we al een uur op de volle vlieger zitten, vertrekken we eindelijk. Voila, Centraal-Amerika zit erop.